RBNZ op weg naar het onvermijdelijke…
De Reserve Bank of New Zealand (RBNZ) hield de rente vanmorgen zoals verwacht op 2.25%. Het was echter een dubbeltje op zijn kant. Drie raadsleden wilden de rente ongewijzigd houden. Drie anderen stemmen om toch al te verhogen met 25 bpn. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzit(s)ter beslissend. Anna Breman zit in het eerste kamp. Verder is de begeleidende verklaring bij de beslissing en de reguliere economisch update vooral een illustratie van hoe een stagflatiescenario een centrale bank dwingt tot een verscheurende keuze.
Nieuw-Zeeland zit in dit verband in een volledig andere situatie dan grote buur Australië. De Reserve Bank of Australia (RBA) verhoogde de rente dit jaar al met 75 bpn. De inflatieversnelling gaat er hand in hand met een economie die zich nog steeds kort bij haar capaciteitsgrenzen bevindt met een relatief sterke arbeidsmarkt.
De RBNZ zit niet in die luxepositie. Aan 2.25% is de beleidsrente voor een land als Nieuw-Zeeland soepel, beneden neutraal. Daar is een goede reden voor. De economie vocht vorig jaar al om de groei positief te houden. De RBNZ verwacht ook voor dit en volgend kwartaal nauwelijks groei (respectievelijk 0% en 0.2%). Voor het fiscaal jaar 2026-27 stelde ze de groei neerwaarts bij van 2.8% tot 1.9%. Tegelijk botst de werkloosheidsgraad aan tegen het hoogste niveau in 10 jaar (5.3%). De RBNZ vreest hier het komende jaar eerder een verslechtering dan verbetering. De paragraaf over de binnenlandse activiteit is geen opbeurende literatuur.
Op het eerste zicht is er weinig reden om de rente te verhogen. MAAR. Met inflatie gaat het ook de verkeerde kant op. Die was 3.1% in het eerste kwartaal. In haar nieuwe vooruitzichten verwacht de RBNZ een piek van 4.3% in kw3. De centrale bank hanteert als doestelling consumentenprijsgroei binnen een zone van 1-3% te houden. Ze zet nog eens duidelijk in de verf dat ze onnodige economische schade wil voorkomen, maar dat de rente zo goed als zeker sneller en forser zal stijgen dan toe nu toe aangegeven. Concreet ziet de RBNZ de beleidsrente op 3% rond de jaarwisseling en wordt die waarschijnlijk nog opgetrokken tot 3.25% verder in de monetaire cyclus. Dat moet er voor zorgen dat inflatie in de tweede helft van volgend jaar hopelijk terugkeert richting 2%.
De markt had al begrepen dat de RBNZ meer gewicht zou geven aan inflatiebestrijding dan groeiondersteuning. Geldmarkten dichten het scenario van een renteverhoging op de volgende vergadering in juli nu 75% kans toe (was 60%). De 2-j rente stijgt 5 bpn tot 3.55%. De kiwi dollar stijgt beperkt tot NZD/USD 0.5875. Het beeld blijft ook hier veel fragieler dan voor Australië (zie grafiek). Zelfs met een bijgesteld rentepad wordt het voor de kiwi dollar moeilijk om de recent opgebouwde (relatieve) achterstand t.a.v. de Aussie snel dicht te fietsen. De Australische verstrakking blijft meer een sterktebod. Nieuw-Zeeland moet verhogen, maar hopelijk zo weinig mogelijk om de groei niet verder te compromitteren. Dat blijft eerder een zwaktebod en is nauwelijks, in het beste geval beperkte, steun voor de kiwi dollar.
AUD/USD (rood) en NZD/USD (groen): kiwi dollar kan Aussie niet volgen.