Hongaarse forint viert verkiezingsresultaat
De Hongaarse peilingen hadden het bij het rechte eind. Na 16 jaar komt er een einde aan het Fidesz-tijdperk van premier Orban en neemt de Europees-gezinde Tisza-partij van Peter Magyar de macht over. Inclusief de gedroomde tweederdemeerderheid. Magyar krijgt een sterk mandaat. De verkiezingsopkomst was met 80% de hoogste ooit in een voormalige Sovjet-satellietstaat. Orban en de zijnen erkenden hun verlies en namen nadien zo snel mogelijk de benen.
Magyar klinkt meteen ambitieus. Met de oprichting van een corruptiewaakhond, het depolitiseren van de openbare omroep en een limiet op ambtstermijn (met terugwerkende kracht!) wil hij zo snel mogelijk werk maken van het vrijspelen van geblokkeerde EU-fondsen. Met die €20 miljard op zak hoopt hij in te zetten op een Europese relanceplan. Ook de door Orban geblokkeerde EU-lening aan Oekraïne (€90 miljard) wordt zo snel mogelijk goedgekeurd.
Hongaarse markten namen al een stevig voorschot op de nakende politieke omwenteling, maar trekken toch stevig door. De Hongaarse forint noteert aan het sterkste niveau sinds begin 2022 tegen de euro (EUR/HUF 362). Ten opzichte van de sluitingskoersen vorige week vrijdag, daalden rente op Hongaarse overheidsobligaties nog eens met 40 basispunten over de volledige curve. Op een looptijd van 10 jaar daalt ze tot het laagst peil sinds de zomer van 2024. Meteen is de volledige opsprong naar aanleiding van de energiecrisis in het Midden-Oosten meer dan uitgewist.
In het algemeen ontspannen risicopremies verder. Sinds de voorlopig ultieme TACO vorige week dinsdag heeft de markt een goed oog in een uitweg uit het conflict, ook al scherpen de VS en Iran de messen in de tussentijd. De geruchtenmolen zinspeelt op nieuwe gesprekken in Pakistan op donderdag.
De prijs voor een vat Brent ruwe olie (junicontract) schommelt ondertussen nog steeds rond $100. Het Internationaal Energieagentschap schat in haar meest recente oliemarktrapport dat de vraag naar het zwarte goedje dit jaar gemiddeld met 80k vaten/dag zal dalen (+650k/dag verwachte groei in maartrapport). De vraaguitval in Q2 (1500k vaten/dag) is de scherpste sinds de Covid-pandemie. Aan de aanbodkant zorgden de aanhoudende aanvallen op energie-infrastructuur en de Hormuz-blokkade voor de grootste verstoring ooit. In maart viel het totale olieaanbod terug van 107.1 miljoen vaten per dag tot 97 miljoen. April wordt nog moeilijker dan maart, orakelde IEA-topman Biral al. Hij verwijst onder meer naar het toenemende verschil tussen de prijs voor fysieke olie en de futuremarkt en het feit dat de vrijgave van strategische oliereserves enkel de pijn verzacht. Zelfs in een gunstig scenario met een gedeeltelijk herstel van olieleveringen tegen midden 2026, blijft de oliemarkt volgens het IEA structureel krap, met hoge prijzen en toenemende vraaguitval.
EUR/HUF: forint neemt volgende horde na verkiezingsuitslag