Een gewaarschuwd ECB is er twee waard
De Europese tienjaarswaprente sloot afgelopen vrijdag voor de eerste keer sinds november 2023 boven de kaap van 3%, ofwel de 61.8% tegenbeweging op de lange daling van oktober ’23 tot december ’24. Als die grens sneuvelt, is er enkel nog intermediaire weerstand in de buurt van 3.2% en 3.4% richting de meerjarige post-pandemische top van 3.58% (oktober 2023). De belangrijke Europese referentie noteerde amper twee weken geleden nog aan het laagste niveau in vier maanden beneden 2.7%. Dat niveau viel samen met de onderkant van een opwaarts hellend trendkanaal. Maar het herstel sindsdien is veel meer dan alleen technisch. Het beeld voor de Duitse tienjaarsrente is nog dwingender. Het slot vrijdag (2.98%) was al het hoogste sinds 2011.
De renterally is ingegeven door energie-gerelateerde inflatievrees. Dat inflatie op korte termijn zal aantrekken is een zekerheid. Maar de markt ziet groeiende risico’s voor de langere termijn. Een graadmeter die de ECB nauw opvolgt (de gemiddelde inflatieverwachtingen over een periode van vijf jaar met de start vijf jaar in de toekomst) trok sinds het uitbreken van de Iraanse oorlog van 2.08% naar bijna 2.2%. Het behoort tot de hoogste niveaus van het afgelopen anderhalf jaar. De ECB ziet de reeks liefst stabiliseren in de buurt van 2%. Het is een signaal dat de markt vertrouwen heeft in de kunde en prijsdoestelling van de centrale bank. De beweging is vanuit dit oogpunt meteen een waarschuwing van de markt aan het adres van Frankfurt, waar de beleidsmakers donderdag verzamelen. Zeggen dat de inflatieverwachtingen ontsporen en drastisch ingrijpen vereisen is een brug te ver. Maar het evenwicht is omwille van de nog verse herinnering naar 2020-2023 instabiel.
Die verwachtingen beheersen wordt de inzet niet alleen voor de ECB, maar voor alle centrale banken die deze week de revue passeren. Ook zij trokken lessen uit dat recente verleden. ECB-voorzitster Lagarde klonk vorige week resoluut dat deze energieschok niet mag en zal uitmonden in een herhaling van vier jaar geleden. Het is van belang dat de allicht gelijkaardige boodschap donderdag voldoende geloofwaardig is om wat voorlopig een ontluikend probleem is in de kiem te snoeren. De bereidheid van de ECB om op korte termijn de rente te willen optrekken staat daarin centraal. De opdracht van de Bank of England is donderdag gelijkaardig. De Britse langetermijn rentes stegen de afgelopen dagen even vlot mee met het korte eind van de curve, om redenen analoog aan de Europese. De tienjaarsrente was vrijdag 10 bpn verwijderd van een nieuwe “hoogste sinds 2008” nieuwskop. De markt houdt ondertussen nauwelijks nog rekening met BOE renteverlagingen. Het tegendeel is waar. Voor andere centrale banken in de brede Europese regio – de Tsjechische, Zweedse én Zwitserse, allemaal op donderdag – geldt het principe van afwachten.
De Federal Reserve (woensdag) zit in een iets minder prangende situatie. De Amerikaanse energie-onafhankelijkheid stelt het continent minder bloot aan de externe prijsschok. Tegelijk boert de Amerikaanse economie relatief goed en blijft inflatie koppig hoog. De Fed dook dit jaar in een winterslaap na drie opeenvolgende renteverlagingen eind vorig jaar. Van ontwaken is geen spoor.
Wie niet zal wachten is de Australische centrale bank. Inflatie stelt het geduld van de RBA al een hele tijd op de proef en leidde in februari tot de eerste renteverhoging. Daar komt morgen zo goed als zeker een vervolg aan, van 3.85% tot 4.1%. Voor de Bank of Japan komt de maartvergadering nu donderdag misschien nog te vroeg. Maar een land dat 90% van zijn energie importeert (waarvan 95% uit het Midden Oosten) is disproportioneel getroffen door deze energieprijsopstoot. We omcirkelen 28 april in de agenda.
Europese tienjaarswaprente sloot vorige week boven 3%