Een zoveelste laag van (markt)onzekerheid
In het Trump-tijdperk zijn weekends al lang geen rustpauze meer. In die ‘lange periode’ van twee dagen kan de Amerikaanse President het geopolitieke (acties tegen Venezuela, aankondigingen over Groenland,...) of economische landschap (tarievensoap, Fed-dagvaardigingen, dollaruitlatingen) grondig hertekenen. Nu, helemaal onverwacht kwam de actie tegen Iran niet. Vrijdag zagen markten de donderwolken al hangen na berichten dat de VS diplomatiek personeel in de regio in veiligheid bracht. Investeerders namen hun voorzorgen. Aandelen zetten een stap terug. Goud, en misschien ietwat marktwaardig, ook overheidsobligaties trokken financiële stromen aan op zoek naar dekking. Rentes in de VS en Europa doken tot 5-6 bpn lager. Op de wisselmarkt gebeurde er weinig.
Twee dagen later krijgen die markten met de militaire actie van de VS en Israël tegen het regime in Iran een zoveelste bijkomende laag van onzekerheid te verwerken en schakelen ze naar ‘full-risk-off modus’. Vraag is natuurlijk waar je nu dekking kan/moet zoeken. Er zijn enkele ‘no-brainers’. Goud stijgt meer dan 2%. Europese aandelen dalen meer dan 2%. De precaire doorvoer door de Straat van Hormuz duwt Brent olie richting $80/vat. Het referentiecontract voor Europese gas schiet meer dan 20% hoger. Op andere deelmarkten is het beeld minder duidelijk. Obligatiemarkten aarzelen. In tegensteling tot vrijdag gaan rentes in de VS en Duitsland enkele basispunten hoger. De dollar wint terrein, maar verre van spectaculair.
Eerst naar de rentemarkt. Voor de Covid-pandemie doken rentes in een gelijkaardig scenario ze goed als zeker fors lager. Bij ontij of onzekerheid was het ‘evident’ dat toen nog almachtig gewaande centrale banken die plooien zouden gladstrijken met een monetaire zuurstofkuur. Die centrale bankiers hebben ondertussen geleerd dat vraagstimulering in een context van verstoorde aanvoer vooral leidt tot inflatie. Zoiets als hogere energieprijzen zorgt nu voor een verscheurend dilemma. Dat is a fortiori het geval voor centrale banken van landen die a priori al gevoelig zijn voor volatiliteit en hogere risicopremies. Militaire inspanningen vertroebelen ook verder het fiscale beeld (in de VS en daarbuiten). Het valt op dat rentes op Amerikaanse Treasuries vanmorgen even veel stijgen dan Duitse Bunds. Het is nog veel te vroeg om nu al blijvende geopolitieke of structurele financiële conclusies te trekken. Toch al één overweging. Het is op zijn minst twijfelachtig of de onconventionele actie van de VS investeerders en centrale banken in de armen van Amerikaanse activa (Treasuries, de dollar en andere…) blijft duwen als een veilig ijkpunt/baken van stabiliteit.
Daarmee zijn we bij de dollar aanbeland. Die stijgt vanmorgen. De handelsgewogen index (DXY) wint zo’n 0.6% (tot 98.2). EUR/USD zakte met dezelfde orde van grootte (1.1735). Idem voor de yen (USD/JPY 156.9). Vraag is of dit een uiting is van USD-sterkte, eerdere dan een verzwakking van de euro en de yen omwille van onder meer hun kwetsbaarheid voor hogere energieprijzen. In dit verband valt alvast op dat een normaal zeer risicogevoelige munt zoals de Australische dollar nauwelijks terrein verliest.
EUR/USD: USD-winst blijft beperkt ondanks risicoaversie.