Payrolls laten open vragen onbeantwoord
De zenuwen in de aanloop naar het door de mini-shutdown uitgestelde arbeidsmarktrapport (januari) gisteren stonden strak gespannen. Na het trio aan teleurstellende cijfers vorige week vreesde de markt voor het ergste. De vervolgens onverwacht zwakke omzetcijfers van de Amerikaanse kleinhandel in een traditioneel sterke laatste maand van het jaar gooiden olie op het vuur. Als Joe Sixpack zelfs geen marge heeft voor de feestdagen?! Om de gemoedstoestand van de markt maar te duiden.
Bij de start van het nieuwe jaar steeg het aantal betrekkingen met 130k. Dat had zelfs meer geweest ware het niet van de aderlating bij de overheid (-42k). De consensus lag op slechts de helft daarvan en de verwachtingsvork liep van -10k tot +135k. De maakindustrie liet voor nog maar de tweede keer in evenveel jaar tewerkstellingsgroei optekenen. Het is afwachten of dit de door Trump ingeluide kentering is. De werkloosheidsgraad brokkelde af van 4.4% tot 4.3%, tot opluchting van de Sahm-watchers. De Sahm-indicator is een graadmeter voor recessies o.b.v. het driemaands voortschrijdend gemiddelde. In november was het omslagpunt dichtbij. In 2024 flikkerde het lampje zelfs rood, waarna de Fed overging tot renteverminderingen. Positief is dat de werkloosheidsgraad daalde zelfs bij een stijgende participatiegraad.
De combinatie ontlokte een Pavlov-reactie op de markten. Amerikaanse rentes klommen, zoals de schoolboeken het voorschrijven, een zestal basispunten aan het korte, Fed-gevoelige eind van de curve. De eerstvolgende renteverlaging staat genoteerd voor juli i.p.v. juni. Voorafgaand aan de payrolls mikte een kwart van de markt zelfs op april. De dollar had naar ons aanvoelen meer mogen/moeten/kunnen profiteren. Verliezen voor EUR/USD bleven beperkt en worden vandaag alweer deels uitgewist. Op handelsgewogen basis (DXY) gebeurde per saldo niks. Het illustreert het tanend belang van (kortetermijn) renteverschillen als drijfveer voor munten.
De Federal Reserve temperde nog geen maand geleden de verwachtingen voor renteverlagingen binnen zeer afzienbare tijd. Die case stond de laatste dagen onder druk. Of het arbeidsmarktrapport nu de meubelen redde, is voer voor debat. De argumenten pro zijn helder en voorlopig dominerend. Maar evengoed begrijpen we dat er twijfel sluimert. De tewerkstellingsgroei vorige maand is bijvoorbeeld niet breed gedragen. Ze komt zo goed als helemaal op conto van de gezondheidssector terwijl in drie van de tien dienstensectoren het personeelsbestand zelfs kromp. In een breder perspectief springt de jaarlijkse herziening in het oog. De gecumuleerde jobgroei in 2025 werd neerwaarts bijgesteld van <600k naar een nog lagere <200k; een cijfer zelden tot niet gezien buiten recessies en ver beneden het historische normaal. Maar wat is nog normaal wanneer structurele krachten aan het werk zijn in bijvoorbeeld de demografie (vergrijzing), immigratie en productiviteit (AI)? Dit zijn verre van langetermijntrends. Ze ontvouwen zich vandaag, voor onze ogen.
Voor de markt zijn dat evenwel vragen van bijna filosofische aard. Hun aandacht gaat in eerste instantie nu uit naar de inflatiecijfers van morgen. Het wordt na de payrolls gisteren nu minstens even interessant om de reactie in geval van een opwaartse verrassing te zien. Dat risico is niet onbestaande. Januari is vooral voor de grote dienstensector vaak het moment voor een jaarlijkse prijsaanpassing.
Sluimerende twijfel houdt Amerikaanse tweejaarsrente nabij recente dieptepunten