Hogere energieprijzen trekken klimaatactie in twee richtingen
Klik hier om de PDF te openen
De oorlog tussen de VS en Iran woedt intussen bijna 13 weken. Ondanks de afgesproken wapenstilstand blijven de aanvallen tussen beide partijen doorgaan en het scheepvaartverkeer ligt nog steeds stil in de Straat van Hormuz. Bijgevolg blijven ook de olie- en gasprijzen, en in toenemende mate de prijzen voor afgeleide producten, onder opwaartse druk staan. Deze prijsdruk trekt de klimaatactie in de EU in twee richtingen. Enerzijds zorgt het voor een bijkomende motivatie om sneller te schakelen in de energietransitie. Hernieuwbare energie en energiebesparende technologieën worden immers interessanter naarmate de prijs voor fossiele brandstoffen toeneemt. Anderzijds zijn er ook partijen die net nu het klimaatbeleid afgezwakt willen zien, omdat ze lijden onder de toegenomen kostprijs van fossiele brandstoffen.
De oorlog tussen de VS en Iran, en de daarbij horende blokkade van de Straat van Hormuz, heeft de olie- en gasprijzen de hoogte ingestuurd. Naarmate het conflict langer aanhoudt neemt de angst toe dat deze prijsstijgingen meer structureel zullen worden. De onzekerheid rond de voortgang van het conflict blijft uitzonderlijk groot. Het ene moment lijkt een akkoord binnen handbereik en enkele uren later zakt de temperatuur tussen de onderhandelaars weer onder nul. Het is dan ook zeer moeilijk te voorspellen hoe lang het conflict nog zal aanhouden. Intussen neemt de ongerustheid over de impact van de hogere energieprijzen wel steeds verder toe.
Vraag om versoepeling
Onder meer bij grootverbruikers van fossiele brandstoffen zorgt de prijstoename van fossiele brandstoffen voor kopzorgen. Denk hierbij onder meer aan de transportsector, mijnbouw, staalindustrie, de halfgeleiderindustrie en de chemische industrie. Zelfs beperkte energie- en grondstofprijswijzigingen hebben een sterke invloed op hun totale kostenplaatje en op hun concurrentiekracht.
In de EU hebben veel van deze bedrijven reeds een belangrijke extra kost als gevolg van het EU-klimaatbeleid en meer bepaald het EU Emissions Trading System (EU ETS). Dit systeem regelt de handel in uitstootrechten voor industriële installaties. Zij moeten sinds enkele jaren een emissierecht inleveren per uitgestoten ton CO2. Het aantal beschikbare emissierechten neemt gradueel af, waardoor de hoeveelheid broeikasgassen die jaarlijks uitgestoten mogen worden ook afneemt. Het EU ETS moet zo bijdragen aan het doel van de EU om klimaatneutraal te zijn tegen 2050.
Onder impuls van de hogere energieprijzen hebben een handvol EU-landen (Tsjechië, Bulgarije, Polen, Roemenië, Griekenland en Slowakije) in een brief aan de EU opgeroepen om het aantal gratis uitgegeven emissierechten voor de industrie te verhogen. Deze landen zijn niet toevallig allemaal zeer afhankelijk van zware industriële activiteit voor hun economische groei. De EU lijkt open te staan voor een toename van de hoeveelheid gratis toegekende emissierechten maar op voorwaarde dat de bedrijven die deze ontvangen rapporteren welke stappen ze zetten om te decarboniseren.
Ook vanuit de hoek van de consumenten zijn er oproepen om de impact van de hogere energieprijzen te verzachten. In tegenstelling tot de vorige energiecrisis, die uitbarstte na de inval van Rusland in Oekraïne, is de reactie van de meeste EU-overheden op de verzuchtingen van consumenten tot dusver gerichter en meer beperkt in de tijd. Deels omdat de economische impact van de energieprijsstijging (voorlopig) beperkter is en deels omdat de budgettaire kater van de vorige energiemaatregelen nog vers in het geheugen zit.
Aanmoediging voor snellere transitie
Terwijl de ene kant oproept tot een afzwakking van het klimaatbeleid is er aan de andere kant ook een belangrijke groep die de hogere energieprijzen net wil vertalen in meer klimaatactie. Zij wijzen onder meer op het strategische belang van energie-onafhankelijkheid. Ze zien de oorlog in het Midden-Oosten als tweede herinnering op korte termijn voor de EU dat fossiele brandstoffen tot het verleden behoren en dat hernieuwbare energie de toekomst is.
Deze groep wil dat de toegenomen olie- en gasprijzen aangegrepen worden om het momentum voor hernieuwbare energie te versterken. De tijd dat fossiele brandstoffen vele malen goedkoper waren dan hernieuwbare energie lag sowieso al vele jaren achter ons en de huidige fossiele brandstofprijzen zorgen voor een bijkomende verhoging van de incentive voor veel marktpartijen om de overstap te maken. Zeker nu dat de recente vooruitgang in batterij-technologie ervoor zorgt dat hernieuwbare energie steeds betrouwbaarder en flexibeler wordt. Ook investeringen in energie-efficiëntere technologieën worden interessanter door de hogere fossiele brandstofprijzen. Te ruime energiesteunmaatregelen riskeren deze prijssignalen te verzwakken en zo de kans te laten schieten op een snellere transitie weg van fossiele brandstoffen.
De gulden middenweg
Dat de hogere energieprijzen de transitie naar hernieuwbare energie en energie-efficiëntie aanmoedigt is een goede zaak. Dit wil evenwel niet zeggen dat er geen interventies overwogen moeten worden. Zo is de substitutie van fossiele brandstoffen in sommige industrieën zeer moeilijk. Indien we willen dat bepaalde industrieën kunnen overleven in de EU, bijvoorbeeld uit strategische overwegingen, dan moet er bekeken worden of er enige flexibiliteit mogelijk is in de relatief strenge EU-regelgeving. Dit kan vanuit strategische overwegingen, omdat in de EU geproduceerde goederen in sommige gevallen een veel lagere CO2-inhoud hebben dan goederen uit niet-EU landen, of omdat de gevolgen van een te abrupte afbouw van de zware industriële activiteit in veel EU-landen voor een ongeziene economische malaise zouden zorgen. Daarnaast moet de EU ook oppassen dat het de ene afhankelijkheid (van fossiele brandstoffen uit het buitenland) niet inruilt voor een andere (van hernieuwbare energietechnologie uit China). Ten slotte moet ook de impact van de hogere energieprijzen op kwetsbare groepen nabij opgevolgd worden.