Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Europa zoekt een goed wettelijk kader voor de digitale euro

Economische Opinie

In oktober 2025 rondde de ECB de voorbereidingsfase voor de retail digitale euro af. Ze wacht nu op de bepaling van het finale wettelijke kader door de Europese medewetgevers. Vervolgens kan de digitale euro na een pilootfase allicht in 2029 van start gaan. Resterende discussiepunten voor de Europese wetgevers zijn onder meer de impact op de financiële stabiliteit en de monetaire transmissie in de eurozone, en de mate van privacy. De digitale euro zal een belangrijke strategische rol spelen. Hij verzekert het bestaan van een monetair anker voor het financieel systeem, en bevordert de strategische autonomie van de eurozone door de afbouw van de Europese afhankelijkheid van financiële infrastructuur onder niet-Europese controle. Ten slotte kan de digitale euro, dankzij de schaalbaarheid van zijn gebruik, op termijn ook het gebruik van de euro als internationale transactiemunt bevorderen.

Europese medewetgevers aan zet

Het ontwikkelingstraject van de ECB voor een retail digitale euro, die als ‘publieke’ munt rechtstreeks wordt uitgegeven door de centrale bank, doorliep verschillende fasen. In oktober 2020 publiceerde de ECB een haalbaarheidsstudie. Vervolgens startte de ECB in 2021 het voorbereidende werk. Concreet volgde er een onderzoeksfase van juli 2021 tot oktober 2023, gevolgd door de voorbereidingsfase van november 2023 tot oktober 2025 (zie ook de KBC Economische Opinies van 22 januari 2021,  4 april 2023 en 27 oktober 2023). Sinds eind 2025 werkt de ECB verder aan de technische voorbereidingen, maar ze wacht vooral op de vaststelling van een wettelijk kader door de Europese medewetgevers, met name de Raad van de EU en het Europese Parlement.

Het eerste voorstel voor dat wettelijk kader door de Europese Commissie dateert al van juni 2023. Nu zijn de Raad van de EU en het Europees Parlement aan zet. Op 19 december 2025 nam de Raad van de EU een positief standpunt hierover in. Ook het Europese Parlement sprak op 10 februari 2026 in een resolutie alvast brede steun uit aan de digitale euro, maar het moet nog finaal over de wettekst stemmen. Pas wanneer de Raad en het Parlement het eens zijn over een gemeenschappelijke wettelijk kader (allicht in de loop van 2026), kan de ECB de finale beslissing over de invoering nemen. Volgens de meest recente communicatie van de ECB zou de invoering dan in de loop van 2029 operationeel mogelijk kunnen zijn.

Resterende discussiepunten

De belangrijkste resterende discussiepunten in het wetgevend proces hebben betrekking op de impact op de financiële stabiliteit en het monetair transmissiemechanisme in de eurozone. Daarnaast zijn er ook nog steeds bezorgdheden over onder meer privacy, over het gevaar van mogelijke beperkingen en sturingen in het gebruik van de digitale euro (de zogenaamde ‘programmeerbaarheid’), en over garanties dat fysieke cash zal blijven bestaan.

Vooreerst heeft de voorgestelde digitale euro een aantal kenmerken die gevolgen kunnen hebben op de financiële stabiliteit en de transmissie van het monetair beleid in de eurozone. De digitale euro zal bij constructie ‘publiek’ geld zijn, dus rechtstreeks uitgegeven door de ECB die een onderdeel van de overheid is. De digitale euro treedt in het betalingsverkeer en het spaarwezen in concurrentie met de ‘private’ euro’s die staan op rekeningen bij commerciële banken, en die juridisch ‘private’ schuldvorderingen van cliënten op de betrokken banken voorstellen.

Door dit verschillend risicoprofiel heeft de digitale euro een concurrentieel voordeel ten opzichte van de ‘private’ euro.  De komst van zo’n volledig risicovrije digitale euro zou dus een bancaire desintermediatie in de hand kunnen werken. Het aantrekken van deposito’s, die de basis vormen voor de kredietverlening van commerciële banken aan bedrijven en gezinnen, kan daardoor in het gedrang komen. Via een belemmering van dat kredietkanaal zou bovendien ook de transmissie van het rentebeleid van de ECB naar de reële economie worden verstoord. Dat transmissiekanaal speelt in de economie van de eurozone een relatief belangrijke rol in vergelijking met bijvoorbeeld de VS-economie.

In crisismomenten is er het risico dat zo’n desintermediatie zich plots en snel voordoet. In het ontwerp van de digitale euro dat nu op tafel ligt, is de ECB zich van deze risico’s bewust. De digitale euro is enkel bedoeld als betaalmiddel en niet als spaar- of beleggingsvorm. Daarom zou er een beperkte bovengrens komen op het aanhouden van digitale euro’s. Bovendien zou de digitale euro, net als fysieke cash, geen rente opleveren. Hoe dan ook zou dit de eerste keer zijn dat de ECB zich op het terrein van het (girale) betalingsverkeer begeeft.

Hoewel deze twee maatregelen (de bovengrens en de nulrente) het gevaar van  desintermediatie verkleinen, blijven beide echter beleidsparameters, die in de toekomst door de overheid zouden kunnen worden aangepast, met alle risico’s van dien. Het is daarom belangrijk dat het wettelijk kader voor de digitale euro de twee vermelde parameters ondubbelzinnig vastlegt.

Daarnaast is het belangrijk dat het wettelijk kader het voortbestaan van fysieke cash expliciet vastlegt, in lijn met het ontwerp van de ECB. De privacy van de digitale euro zal weliswaar nooit volledig dezelfde zijn als voor fysieke cash. Dat hoeft echter geen onoverkomelijk probleem te zijn, zolang het gebruik van de digitale euro niet verplicht wordt en de optie om fysieke cash te gebruiken blijft bestaan. Ook een verbod op opgelegde beperkingen of ‘sturingen’ van het gebruik van digitale euro’s (de zogenaamde ‘programmeerbaarheid’) wordt best expliciet in het wettelijk kader opgenomen. Hoe dan ook geldt hiervoor hetzelfde als voor de bekommernis om privacy: de digitale euro is ‘slechts’ een bijkomende betaaloptie naast de andere, waaronder fysieke cash.

Strategische rol van de digitale euro

Naast de vermelde aandachtspunten zijn er ook ondubbelzinnig opportuniteiten verbonden aan de digitale euro. Vooreerst is er de nood van het monetair beleid aan een effectief monetair anker in een digitale omgeving waarin steeds minder fysieke cash wordt gebruikt. Voor de stabiliteit van het monetair systeem is het van fundamenteel belang dat het girale ‘private’ geld inwisselbaar blijft naar ‘publiek’ geld.

Zo’n monetair anker is om twee redenen belangrijk. Ten eerste vormt cash, samen met de bankreserves bij de ECB, het monetaire basisgeld waarop de ECB haar monetair beleid stoelt. Indien de link tussen ‘privaat’ en ‘publiek’ geld significant verzwakt, heeft dat onvermijdelijk gevolgen voor de greep van de centrale bank op de totale geldhoeveelheid in de economie, en dus op de inflatie. Bovendien zou ‘privaat’ geld zonder praktische inwisselbaarheid naar ‘publiek’ geld eigenlijk op niets meer gebaseerd zijn. De centrale bank zou dan niet meer als ultieme liquiditeitsverschaffer (‘lender of last resort’) kunnen optreden bij eventuele liquiditeitsproblemen.

Naast het belang voor de werking van het monetair beleid, is er ook het gevaar voor de strategische autonomie van de eurozone (zie ook KBC Economische Opinie van 19 mei 2022). In een recente lezing beschreef ECB-bestuurslid Cipollone het geopolitieke risico voor de eurozone, dat zich volgens hem via een drietal mechanismen kan manifesteren. Ten eerste door een effectieve ontkoppeling van (een deel van) de eurozone van het internationaal betalingssysteem dat zich onder niet-Europese controle bevindt. Zelfs de loutere dreiging met een dergelijke ontkoppeling kan al een stevig geopolitiek drukkingsmiddel zijn. 

De creatie van een Europees betaalsysteem via de digitale euro zou dan voor een Europese autonomie zorgen. De vraag blijft echter of de meest efficiënte weg daarheen via de overheid (ECB) verloopt of via de private sector (bijv. via de verdere ontwikkeling van initiatieven zoals de European Payment Initiative (EPI)). Volgens de ECB is ze op zoek naar synergieën met bestaande nationale betalingssystemen. Dat kan volgens haar via het zogenoemde ‘co-badging’ met bestaande nationale systemen en via de creatie van Europese standaarden voor de publieke betalingsinfrastructuur, waarop private aanbieders kunnen voortbouwen.

Een verwant geopolitiek risico is dat de afhankelijkheid van niet-Europese financiële infrastructuur sancties door een niet-Europese overheid tegen Europese ingezetenen niet kan verhinderen. Een recent voorbeeld hiervan zijn enkele rechters van het Internationaal Strafhof, die als gevolg van niet-Europese sancties geen gebruik meer konden maken van hun bankkaarten of financiële transacties uitvoeren. Een financiële infrastructuur onder Europese controle, gebaseerd op de digitale euro, zou dit probleem voorkomen.

Ten derde is er het economische argument dat Europa een wingewest is geworden van een dominant niet-Europese oligopolie in het betalingsverkeer. Die dominante marktpositie zorgt voor een hogere kostenstructuur, met welvaartsverliezen voor Europese gebruikers tot gevolg.

De internationale rol van de euro

De komst van zowel ‘publieke’ als ‘private’ digitale munten heeft potentieel ook gevolgen voor het internationaal monetair stelsel. Het is waarschijnlijk dat die munten vroeg of laat zullen concurreren om een dominante rol op de wereldwijde financiële markten. Dat hoeven niet noodzakelijk ‘publieke’ digitale munten te zijn, maar kunnen bijvoorbeeld ook zogenoemde stablecoins uitgedrukt in Amerikaanse dollar zijn. In zo’n omgeving, waarin een niet-Europese digitale munt als de facto betaalmiddel (of zelfs als spaar- of kredietvehikel) in de eurozone zou worden gebruikt, ontstaat er gevaar voor de monetaire soevereiniteit van de ECB. Die kan door de beschikbaarheid van een digitale ‘publieke’ euro worden gevrijwaard.

Ten slotte zou de digitale euro op termijn ook de internationale rol van de euro kunnen bevorderen. In eerste instantie zal het wettelijk kader het gebruik van de digitale euro allicht beperken tot ingezetenen van de eurozone. Om in te spelen op verdere geopolitieke ontwikkelingen, kan dat gebruik echter desgewenst worden uitgebreid tot gebruikers buiten de eurozone.

Disclaimer:

Alle meningen in deze KBC Economische Opinies vertegenwoordigen de persoonlijke mening van de auteur(s). Noch de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. Duurzaamheid maakt deel uit van de algemene bedrijfsstrategie van KBC Groep NV (zie https://www.kbc.com/nl/duurzaam-ondernemen.html). We houden rekening met deze strategie bij de keuze van de onderwerpen voor onze publicaties, maar een grondige analyse van de economische en financiële ontwikkelingen vereist het bespreken van een bredere waaier aan onderwerpen. Deze publicatie valt niet onder de noemer ‘onderzoek op beleggingsgebied’ zoals bedoeld in de wet- en regelgeving over de markten voor financiële instrumenten. Elke overdracht, verspreiding of reproductie, ongeacht de vorm of de middelen, van de informatie is verboden zonder de uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Groep NV. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledigheid ervan.

Gerelateerde publicaties

Hausse op EU-woningmarkt hield aan in Q4 2025

Hausse op EU-woningmarkt hield aan in Q4 2025

Hoge bouwkosten stuwen prijzen nieuwe én bestaande woningen

Hoge bouwkosten stuwen prijzen nieuwe én bestaande woningen

België sterker dan gemiddeld in EU blootgesteld aan het Midden-Oostenconflict

België sterker dan gemiddeld in EU blootgesteld aan het Midden-Oostenconflict

Conflict in het Midden-Oosten brengt de ECB in moeilijk vaarwater

Conflict in het Midden-Oosten brengt de ECB in moeilijk vaarwater