Spiegelbeeld van de sterke dollar…
Some like it, some hate it…
Een dijkbreuk in de dollar. De handelsgewogen index DXY viel gisteren beneden de 96.21 steunzone en tikte het zwakste niveau aan sinds begin 2022. Idem voor EUR/USD die boven 1.20 uitbrak. Dat zagen we niet meer sinds juni 2021. De reden: president Trump die zich geen zorgen maakt over de zwakkere dollar. Een onverholen ‘nihil obstat’ voor een verdere verzwakking.
De opbouw is al een hele tijd aan de gang. Ondanks afgesloten handelsakkoorden blijft het Amerikaanse handelsbeleid een sluimerende bron van onzekerheid. Vraag het maar aan de Koreanen die gisteren een mogelijke tariefverhoging tot 25% kregen aangezegd. Dat geldt zeker ook voor de Amerikaanse binnenlandse en begrotingspolitiek (al of niet een nieuwe shutdown op komst?). De geopolitieke capriolen (inclusief poging om Groenland in te lijven) zaaiden verdere twijfel over de VS als ankerpunt van stabiliteit. Dan zijn er nog de aanvallen op voorzitter Powell en de benoeming (mogelijk vandaag) van zijn opvolger, die waarschijnlijk de lage-renteambities van de regering meer genegen is. De dollar had al eerder onderuit kunnen gaan. De maskers vielen helemaal af door monetaire ontwikkelingen in Japan. Het Japanse ministerie van financiën gaf aan dat het gereed staat om een verdere verzwakking van de yen af te blokken met interventies, misschien zelfs met hulp vanuit de VS. Ze toonden zich bereid om Japan ‘te helpen’ via USD/JPY-verkopen. Een zoveelste indicatie dat VS (nog) geen graten ziet in een verdere dollarverzwakking. Samen met de goedkeuring van Trump gisteren duwde het de steen van de berg. USD/JPY viel ondertussen terug van 159+ tot nu 152.5!
De USD-lawine zorgt voor nevenschade op andere markten. (Edele) metalen, maar ook andere relatief schaarse grondstoffen (incl. olie) worden interessanter als ‘store-of-value’. Lange Amerikaanse obligaties kwam onder druk (30-j rente + 5.7 bpn) maar voorlopig nog niet voldoende om te VS de verontrusten. Een opvallend gevolg is dat kleine, minder liquide munten het in deze beweging relatief goed doen, dikwijls nog beter dan de grotere regionale ijkpunten zoals de euro. Aan de rand van de euro zone wonnen munten zoals de Zweedse en meer de nog de Noorse kroon (olieopsprong) terrein tegen de euro. Ook de Centraal-Europese munten (forint en in minder mate zloty en Tsjechische kroon), doen het goed hoewel ze nog steeds rentesteun dreigen te verliezen door renteverlagingen. In tijden van risk-off trekt/trok de dollar traditioneel kapitaal aan en hebben kleinere, minder liquide munten het traditioneel moeilijk, zelfs al hebben ze sterke fundamentele adelbrieven. De uittocht uit de dollar zorgt nu een tegenstelde dynamiek. Voor sommigen, zeker zij die hun inflatie nog niet helemaal onder controle hebben (Hongarije, maar bij voorbeeld ook Australië) komt die versterking van de munt niet ongelegen. Eentje zal er alvast niet gelukkig mee zijn.
De Zwitserse frank kreeg de voorbije dagen opnieuw veel meer aandacht dan de Zwitserse autoriteiten/centrale bank eigenlijk willen. Kleine munt en veilige haven. De frank versterkte gisteren beneden EUR/CHF 0.92 en handelt op recordniveaus tegen de euro (abstractie gemaakt van de kortstondige piek na de ontkoppeling in 2015). Na een relatief lange periode van windstilte rond de frank (zie grafiek) kan SNB misschien nog even de kat uit de boom kijken. De reële effectieve wisselkoers verzwakte recent zelfs lichtjes. Hoe dan ook, met een inflatie van 0.1% j/j is er niet veel ruimte voor bijkomende deflatoire impact van een sterke munt. Er is waarschijnlijk werkoverleg over het wisselkoersbeleid vanmorgen in Zurich.
EUR/CHF: Zwitserse frank opnieuw gegeerd, tegen wil en dank.