GBP in de lange aanloop naar jaarbegroting
Wie dacht dat de Britse economische kalender het pond uit de recente impasse zou losweken, is er voorlopig aan voor de moeite. Noch het arbeidsmarktrapport gisteren noch de inflatiecijfers van deze morgen klaren de klus. Staan nog op de agenda voor aanstaande vrijdag: omzetcijfers van de Britse kleinhandelaars en PMI-bedrijfsvertrouwensindicatoren. Vooral die laatste hebben nog potentieel voor een directionele GBP-beweging maar dan moet al een stevige verrassing, positief of negatief, volgen.
Het pond begon eind juni aan een sterke rit. Met het ontslag van voormalig premier Starmer klaarde de politieke hemel een beetje op. Een opgelucht pond forceerde een breuk van EUR/GBP beneden 0.86. Toen in de wandelgangen vervolgens een voorzichtigere naam circuleerde dan die van de als geldsmijter geboekstaafde “Red Ed Miliband” als mogelijke nieuwe minister van financiën, stootte GBP door naar zijn beste niveau in meer dan een jaar. Dat punt, EUR/GBP 0.8455, markeert wel een voorlopig einde van de rally. Het pond corrigeerde tot een kortetermijn top in de buurt van maar nog steeds beneden 0.86. Die kwam er in de nasleep van de beleidsvergadering van de Bank of England en het pond verliet de regio sindsdien niet meer. De centrale bank signaleerde bij monde van topman Bailey dat er op korte termijn geen renteverhogingen volgen om aantrekkende inflatie te counteren. Nochtans klom die in juli weer op van 2.6% tot 2.9%, het meeste sinds maart. Kerninflatie evenaarde de 2.6% van juni. Het is een heel eind boven de 2%-doelstelling van de centrale bank, maar dat zag ze (en de markt) aankomen. In het Verenigd Koninkrijk werken hogere energieprijzen met vertraging door voor particuliere consumptie. Dat gebeurt pas nadat de bevoegde instantie het prijsplafond optrekt, wat het geval was in juli (+13%). De BoE gaf aan dat ze aan die gestegen energiekosten weinig kan doen.
Dat wordt anders wanneer die, omwille van de duur ervan, zichtbaar worden in de loonvorming: oplopende (energie)inflatie die zich vertaalt in sterkere looneisen en op die manier een opwaartse spiraal op gang trekt. De BoE zag daar in juli nog niet veel tekenen van. De cijfers stellen The Old Lady allicht enigszins gerust. Inflatie in de arbeidsintensieve dienstensector temperde vorige maand tot 3.4%. Dat is het op één na minste sinds begin 2022. Vanuit het arbeidsmarktrapport kwamen gelijkaardige signalen. Britse lonen groeiden in het tweede kwartaal gemiddeld met 2.8% op jaarbasis. Dat is het traagste tempo sinds 2020. De tewerkstellingsstatistieken, zoals het laagste aantal vacatures sinds 2021, suggereren bovendien een verder verzwakkende arbeidsmarkt. Dat maakt het voor werknemers minder evident om harde (loon)eisen te stellen en de zogenaamde tweede-ronde-effecten te initiëren. Dit is exact waar de 6-3 meerderheid die voor onveranderd beleid stemde, op rekende.
De Britse geldmarkt kan het idee van een renteverhoging toch maar moeilijk loslaten. Momenteel houdt ze rekening met eentje richting jaareinde. Een verdeeld comité waarin drie beleidsmakers voor zo’n preventieve zet ijveren houdt de speculatie gaande. Voor het pond is zo’n renteverhoging echter geen gamechanger, zeker niet in een omgeving waarin het thema “openbare financiën” zich terug op de radar van de markt werkte. De Britse dertigjarige rente op een zucht van een dertigjarig record is daarvan uiting. Het parlementair zomerreces eindigt 31 augustus. Vanaf dan is het aan de nieuwe premier Burnham om het voordeel van de twijfel dat het pond momenteel geniet, te valideren. Zijn lakmoesproef is de jaarbegroting die op 28 oktober wordt voorgesteld.
EUR/GBP: pond geniet van de rust in de aanloop naar Burnham’s lakmoesproef op 28 oktober