Zijn de wittebroodsweken voor GBP voorbij?
Sinds de breuk van EUR/GBP beneden 0.86 – het horizontale been van een langzaam sluitende driehoeksformatie, bouwden de technische vervolgverliezen (-winsten voor het pond) zich snel op. Het muntenpaar vond uiteindelijk steun in de buurt van 0.845, de 61.8% correctie op de stijging tussen december 2024 en november 2025. Het momenteel aan de gang zijnde herstel bracht EUR/GBP ondertussen terug richting 0.855. Zonder een terugkeer boven 0.86 blijven de technische implicaties voorlopig beperkt. Maar de koersbeweging van de afgelopen dagen zijn in ieder geval de illustratie van een mogelijks einde aan de wittebroodsweken van het pond.
De eerdere sterke prestatie van de Britse munt vond haar oorsprong voor een belangrijk deel in de binnenlandse politiek. De aangekondigde exit van nu-voormalig premier Starmer luidde het einde in van een kibbelkabinet dat ondanks een historische parlementaire meerderheid al lang geen doortastend beleid meer voerde. Het pond leefde op hoop dat Starmer’s opvolger, de op maandag ingezworen Burnham, dat wél zou kunnen.
We hebben dat eigenlijk nooit goed begrepen. Een geforceerde interne machtswissel is zelden een politiek sterktebod. Daarnaast blijven de Britse uitdagingen onder een nieuwe premier minstens even groot als onder de vorige: de groei aanzwengelen, inflatie temmen en nu al kwetsbare publieke financiën onder het strenge oog van de markt doen rijmen met gigantische uitgaven voor defensie, klimaat en de vergrijzing. Burnham werd in zijn eerste dagen als premier al meteen geconfronteerd met de realiteit van dit trilemma. Hij en zijn minister van Financiën Healey zijn niet van plan om het begrotingskader van Healey’s voorganger Reeves overboord te kieperen. Maar Burnham is wel op zoek naar “grotere flexibiliteit” binnen dat raamwerk om meer investeringen mogelijk te maken. Het alarmeerde de markten: Britse overheidsobligaties en het pond deden het opvallend slechter dan de belangrijkste concurrenten. Of het nu een tongelukje dan wel bewust was, Burnham zette met zijn uitspraak de zenuwen op scherp in de weliswaar nog lange aanloop naar zijn eerste begrotingsopmaak in oktober, ten laatste november. We houden het zeer lange eind van de rentecurve nauw in de gaten. De looptijd op 30 jaar (5.77%) trekt op kousenvoeten richting de 28-jarige records van afgelopen mei (5.86%). Voor het pond verwachten we niet meteen nieuwe toppen, tegen de euro noch tegen de dollar.
Het is nochtans niet zo dat GBP met alleen maar slechte kaarten speelt. Zo geniet de munt nog altijd een ruime rentebuffer van de Bank of England. De beleidsrente van 3.75% compenseert ruimschoots voor inflatie – 2.6% volgens de pas gepubliceerde cijfers voor juni. Vergelijk dat met 2.25% van de Europese Centrale Bank en 2.8% inflatie. Maar het is allesbehalve zeker of die verhouding zo gunstig voor het pond blijft. Als demonstratie van haar inflatie-engagement, verhoogde de ECB in de nasleep van de energieprijsschok vorige maand de rente al een eerste keer. De markt ging er nooit echt van uit dat dit de laatste keer zou zijn. Na de recente opstoot van de olie- en gasprijs al helemaal niet. De Bank of England bleef al die tijd eerder terughoudend en legde veel nadruk op een zwakkere economie en arbeidsmarkt. Nochtans dreigt ook de Britse inflatie binnenkort stevig te versnellen, wanneer de hoge olieprijzen zich laten voelen (aan de pomp en elders) samen met de kwartaalaanpassing (oktober) van het gereguleerde plafond voor huishoudelijk energieverbruik.
EUR/GBP: pond botst op weerstand na indrukwekkende rally