Riksbank denkt zich niet te moeten haasten
In de aanloop naar de ‘vakantieluwte’ moeten zowat alle centrale banken deze maand kleur bekennen over hoe ze de gevolgen van de Irancisis het hoofd bieden. Hoe kunnen ze een blijvende inflatieopstoot voorkomen en tegelijk tanende activiteit niet nodeloos verder afremmen? De feitelijke reactie hangt af van het startpunt inzake inflatie afgezet tegen de actuele monetaire positie. Maar het DNA van de betrokken centrale bank speelt onvermijdelijk ook mee. Was/is het beleid bij de start van het conflict soepel, neutraal of eerder restrictief? In dat laatste geval heeft de centrale bank meer ruimte om de kat uit de boom te kijken. Dat geldt voor een aantal Centraal-Europese landen (Tsjechië, Polen, in zekere zin ook Hongarije) maar ook voor het VK en de VS. De ECB start van een neutrale positie. In dit spectrum valt op dat de Zweedse Riksbank (RB) absoluut niet gehaast is om te verstrakken, ondanks een toch wel soepel startpunt (beleidsrente 1.75%). Recente cijfers helpen om een milde, afwachtende, verhaallijn aan te houden.
Groeicijfers (kw1 26) kochten de RB alvast opnieuw tijd. De economie kromp onverwacht met 0.2% kw/kw. De situatie is niet dramatisch. De krimp kwam na een stevige versnelling in kw4 25 (+0.8%). Er was een terugval in de overheidsuitgaven (-7.6%, ook na een forse stijging in 2025kw4), in investeringen (-2.3%) en in netto-export (0.1% negatieve bijdrage). Gezinsconsumptie bleef meer dan degelijk (+0.6% kw/kw). In tegenstelling tot de ECB maakte de RB begin mei al niet veel aanstalten om het beleid snel tot een meer neutraal niveau te brengen, laat staat ‘echt’ te verstrakken. “Er is ruimte om te wachten tot het beeld over de effecten van de oorlog en de aanbodschok duidelijker is”. Naaste een zwakke groei bieden ook de inflatiecijfers de RB een alibi om zich niet te haasten. CPIF inflatie (met vaste rente) was in april -0.6% m/m en 0.8% j/j. De onderliggende indicator (ex. energie) klokte zelfs af op 0% j/j. Dat was in belangrijke mate het gevolg van een Btw-verlaging op voeding begin april. De RB geeft toe dat onderliggende inflatie waarschijnlijk zal aantrekken door de effecten van de aanbodschok maar dat duikt pas echt op in de cijfers vanaf midden 2027 en in 2028.
De RB ging met een rente van 1.75% vorig jaar verder dan de ECB ter ondersteuning van de groei. We kunnen ons niet van het gevoel ontdoen dat de RB de wat ‘gemaskeerde’ groei- en inflatiecijfers wil gebruiken om zo lang mogelijk te wachten. Dat is ook de inschatting van de geldmarkt. Voor september is slechts 65% van een 25 bpn verhoging verdisconteerd. Veel minder dan de ECB dus.
Na een tikje tijdens de eerst maand van het Iran-conflict, won de kroon recent wat terrein terug. Toegegeven, de wisselmarkten functioneren algemeen rustig in een context van lage volatiliteit, ondanks het conflict in het Midden-Oosten. Toch vinden we dat, zeker in een scenario waarin het conflict niet snel opgelost geraakt en de bredere inflatiedreiging blijft sluimeren, het RB-beleid alvast geen steun is voor de munt. We lopen in deze context niet vooruit op een verder herstel van de kroon. Aan 10.74 nadert de EUR/SEK-combinatie ook een eerste technische steun (weerstand voor de kroon).
EUR/SEK: kroon in rustig vaarwater. RB-beleid biedt geen hulp.