Britse markt leidt de Bank of England voor
Een “actieve handhaving”, zo omschreef de gouverneur van de Bank of England (BoE) afgelopen donderdag het rente status quo op 3.75%. Niet te verwarren met een “konijn verstijfd in het licht van de koplampen”, waarschuwt BoE-hoofdeconoom Pill, die als enige van het negenkoppige comité nu al pleitte voor een renteverhoging tot 4%. Wel de manier van de centrale bank, zo verduidelijkt beleidsmaker Mann, om haar bezorgdheid rond taaie inflatie te uiten, rekening houdende met de gevolgen voor de economie.
De meest recente toevoeging aan het vocabularium van de Bank of England toont aan hoe moeilijk laveren het is tussen hardnekkige inflatie – nog vóór de vijandigheden in het Midden-Oosten – een slabakkende economie en de immense geopolitieke onzekerheid. Dat vertaalt zich voor de gelegenheid niet in normale, bijgewerkte puntvoorspellingen. In plaats daarvan werkt de Bank of England met scenario-analyses, een beetje naar het voorbeeld van ECB-voorzitster Lagarde tijdens de ECB-conferentie eind maart. Geval A gaat uit van een kortstondige energieprijsschok, weinig tweede-ronde-effecten en gezinnen die sparen prioriteren. Dit is naar onze mening al lang achterhaald. In scenario B piekt de olie- en gasprijs op een gelijkaardig niveau als in A maar houdt de schok langer aan en zetten gezinnen minder de rem op de uitgaven. C is een extreme situatie met olieprijzen van $130/vat (+/- $110 vandaag), een verdubbeling van de gasprijs en een volwaardige loon-prijsspiraal. Inflatie piekt op 6.2% begin volgend jaar en stagneert in de buurt van 3% richting einde van de beleidshorizon (2029kw2).
Beleidsmakers die hun visie in de individuele toelichting expliciet kenbaar maken, scharen zich in de meeste gevallen achter optie B. De bijgevoegde tabellen projecteren een inflatiepiek van 3.7% in het laatste kwartaal van dit jaar. De BoE bereikt haar 2%-doelstelling in 2028kw1. Economische groei krijgt een knauw en de werkloosheid stijgt, zij het niet veel meer dan in A. De BoE verwacht geen recessie. Zelfs in geval C spreekt de centrale bank over een potentiële krimp in termen van risico’s, niet in zekerheden.
Om de parallel met de ECB compleet te maken: elk van de drie mogelijke uitkomsten is gestoeld op de marktverwachtingen die op moment van opmaak heersten, in casu twee renteverhogingen (tot 4.25%). Zoals de Spaanse journalist Andrés Stumpf opwierp richting einde van de ECB-persconferentie vorige week: waarom dan wachten? De vraag is misschien minder pertinent voor de Bank of England omdat de beleidsrente vandaag in theorie nog op de activiteit weegt en inflatie tempert. Dat is niet zo in de eurozone. Bailey voegde nog toe dat door te anticiperen, de markten eigenlijk al voor een financieel-monetaire verstrakking zorgden. In de delicate evenwichtsoefening tussen te veel (en de economie onnodig hard treffen) of te weinig (en inflatie laten ontsporen) doen, ziet de BoE momenteel de meeste waarde in wachten.
Maar net zoals Frankfurt heeft Londen de tijd tegen. Des te langer het conflict aansleept, des te groter de aanboddisruptie en hoe dieper de hogere energieprijzen in alle lagen door dringt. De ECB weet waar ze heen moet. De Bank of England eigenlijk ook, maar wil dat nog niet met die woorden zeggen. De markt leidt hen voor. Britse rentes gevoelig voor het monetair beleid eindigden de week in navolging van de BoE tot 15 bpn lager maar blijven in de buurt van de 2026-toppen. De geldmarkt houdt rekening met minimaal twee renteverhogingen dit jaar en toont weinig intentie om die op korte termijn te laten varen. Voor het pond zit het beste er in de omgeving van EUR/GBP 0.86 op.
Britse tweejarige rente nabij de jaartoppen, ondanks de recente correctie