ECB: omslagpunt voor “beperkte”, “snelle” actie nabij
De oorlogsverslaggeving dicteert nog steeds de wet en de volatiliteit op financiële markten. Ze springen van “headline naar headline”. Terwijl de klok tikt richting de Amerikaanse deadline om de blokkade in de Straat van Hormuz op te heffen, doet Amerikaans president Trump zijn uiterste best om een positieve boodschap in de markt te zetten mbt lopende onderhandelingen en het vooruitzicht op een tijdelijk staakt-het-vuren. Zowel maandag als vandaag klampt de markt zich vast aan dat greintje hoop. De echte naald in het marktkompas, de prijs voor een vat Brent ruwe olie, blijft hangen rond $100 en weerspiegelt enige reservatie. Iets meer dan een maand geleden gingen onderhandelingen over een nucleair akkoord ook de goede richting uit tijdens de 10-15 dagen deadline die Trump op 20 februari stelde… Iraanse berichtgeving dat de VS enkel met zichzelf onderhandelt en stevige Amerikaanse troepenmobilisatie in het Midden-Oosten zijn mogelijks ook tekenen aan de wand voor het komende weekend.
Centrale bankiers zijn tegenwoordig actiever dan ooit om hun reactiefunctie te verduidelijken. ECB-voorzitster Lagarde gaf vandaag een toespraak in Frankfurt. Ze verwees daarbij uitdrukkelijk naar de strategie-update die de centrale bank in 2025 uitvoerde. Die verschaft de bank een leidraad die ze in 2022 nog niet had. Toen liep ze meer dan een jaar achter de feiten aan.
In eerste instantie moet de centrale bank een inschatting maken over de energieschok. Ze kijkt daarbij naar de grootte, de duur en de overdracht naar de reële economie. Lagarde waarschuwt voor de niet-lineaire impact. Een korte aanbodschok blijft beperkt tot energieprijzen en suggereert dat de ECB aan de zijlijn moet blijven. Ze kijkt voorbij een kortstondige inflatiestijging. Eens we het – te bepalen – point of return voorbij zijn, stijgt de impact of inflatie disproportioneel. ECB-hoofdeconoom Lane gaat later in op aanwijzingen om dat omslagpunt te herkennen. Lagarde zelf lichtte een tip van de sluier op. De laatste olie- en gastankers die voor begin maart de Perzische Golf verlieten komen deze week aan op bestemming. De echte aanbodschok zal zich nu pas echt laten voelen. ECB vicevoorzitter Vujcic suggereerde gisteren dan weer dat we opschuiven van het basisscenario (11 maart) richting de alternatieve scenario’s. De eerste tussenstop, het “ongunstige” scenario houdt rekening met een energieschok die niet langer in het “kortstondige” kader past met een gemiddelde inflatie van 3.8% dit jaar zonder ECB-actie. Wat betreft de overdracht naar de reële economie bracht Lagarde een enerzijds-anderzijdsverhaal. Enerzijds is de arbeidsmarkt minder krap, de economische groei matiger en inflatie lager dan in 2022. Monetair en fiscaal beleid zijn ook minder groei-ondersteunend. Die context suggereert een kleinere kans op zogenaamde tweede-ronde-effecten. Op de vraag waarom de ECB vier jaar geleden dan zolang wachtte om te antwoorden op de energieschok ging Lagarde niet dieper in. Ze beperkte zich tot het heersende kader van “forward guidance” die de bewegingsruimte beperkte. Een juk waarvan de ECB deze keer verlost is. Daartegenover staat dat de wrange inflatieschok vers in het geheugen ligt bij bedrijven en werknemers. Bedrijven zijn operationeel klaar om prijsstijgingen snel door te rekenen, getuige de maart PMI-enquêtes die gisteren gepubliceerd werden. Werknemers en vakbonden staan dan weer zekerder in hun schoenen om compensatie te eisen voor krimpende koopkracht. De Europese werkloosheidsgraad (6.1%) was nooit lager.
Het tweede deel van de strategie-aanpassing verplicht de ECB te kijken (en te handelen) naar risico’s en niet enkel naar het basisscenario. Opwaartse inflatierisico’s nemen zeer snel toe en dreigen inflatieverwachtingen verder te ontwrichten. Waakzaamheid is geboden. Het startpunt vergeleken met 2022 is hier zeer verschillend. Inflatieverwachtingen uit de ECB’s consumentenenquête bedroegen in januari al 2.6% op zowel 1 als 3 jaar, significant boven de 2%-inflatiedoelstelling.
Ten slotte zorgt deze set-up voor een soort van beslissingsboom op basis van de kracht en reikwijdte van de energieschok. In geval van een kortstondige piek in energieprijzen doet de ECB best niets. De schok is uitgewerkt tegen de tijd dat monetaire verstrakking zich een weg naar de reële economie heeft gebaand. In een soort van tussenin scenario – de goede verstaander begrijpt het “ongunstige” scenario – bestaat het optimale beleidsantwoord uit een beperkt bijsturen van het monetair beleid. Niets doen kan in dit geval verward worden met niets willen doen en ondermijnt het vertrouwen in de centrale bank. Geloofwaardigheid is en blijft het hoogste goed. ECB-voorzitster Lagarde zegt het zelf niet met zoveel woorden, maar suggereert dat we ons kort bij deze situatie bevinden. Een “beperkte” en “snelle” (agile) bijsturing kan bestaan uit renteverhogingen in april en juni. Daarna volgt een nieuw evaluatiemoment. Want. Schuiven we op van een “nadelig” naar “ernstig” scenario met een langdurige, brede, economische impact van hogere energieprijzen, dan zal de ECB krachtig optreden. Over één ding mag geen twijfel bestaan: de vastberadenheid van de ECB om inflatie op termijn op 2% te verankeren.
Mathias Van der Jeugt, KBC Marktenzaal