ECB-voorzitster Lagarde promoot ambitieuze Europese agenda
De ECB-beleidsvergadering van 5 februari bracht weinig nieuws wat betreft het monetair beleid. Er was daarentegen wel nieuws wat betreft de visie van de ECB op structurele ontwikkelingen van de EU, waarover meer in het tweede deel van dit Economisch Bericht.
Zoals verwacht hield de ECB haar beleidsrente, de depositorente, in een unanieme beslissing ongewijzigd op 2%. Daardoor bleef ook de herfinancieringsrente op 2,15% en de marginale beleningsrente op 2,40%.
De ECB gaat er nog steeds van uit dat de inflatie in de eurozone in lijn met haar doelstelling rond 2% zal stabiliseren op middellange termijn. Het feit dat de inflatie in de eurozone allicht in 2026 tijdelijk onder die 2%-doelstelling blijft komt niet als een verrassing, maar is al sinds september 2025 deel van het ECB-basisscenario. De lage inflatie wordt naar verwachting veroorzaakt door de tijdelijke negatieve jaar-op-jaarwijzigingen van de energieprijzen.
De stabilisatie van de inflatie op middellange termijn gebeurt volgens de centrale bank tegen een achtergrond van een veerkrachtige economische groei, die vooral door de binnenlandse vraag wordt gedreven. In het bijzonder de groei van de investeringen en overheidsbestedingen in infrastructuur en defensie spelen de rol van groeimotor. In beperktere mate draagt ook de groei van de private consumptie hiertoe bij, als gevolg van de lage werkloosheidsgraad en de dalende spaarquote.
ECB-voorzitster Lagarde herhaalde ook de gebruikelijk ‘disclaimers’: het toekomstige ECB-beleid wordt op iedere vergadering opnieuw overwogen op basis van de dan gekende data (de data-afhankelijkheid) en de ECB legt zich niet vast op een specifiek toekomstige rentepad. Het hele arsenaal van beleidsinstrumenten staat, zoals steeds, ter beschikking indien nodig.
Euro-wisselkoers baart de ECB voorlopig geen zorgen
Naast deze standaardverklaringen waren er ook enkele nieuwe elementen in Lagardes persconferentie. Ze bevestigde dat de wisselkoers van de euro geen beleidsdoelstelling op zich is voor de ECB, maar dat de centrale bank wel rekening houdt met een eventuele impact op de verwachte inflatie en economische groei. Concreet bevestigde Lagarde dat de wisselkoers van de euro op de agenda van de beleidsvergadering stond. De conclusie van de bestuursraad was dat de appreciatie van de euro ten opzichte van de dollar geen heel recent fenomeen was, maar al in maart 2025 begon. Recent bewoog de eurowisselkoers in een al bij al zijwaartse band, zijn het met enige volatiliteit. De impact van een muntversteviging op de inflatie hangt niet alleen af van de omvang van de appreciatie, maar ook van het tempo waaraan dat gebeurt. Bijgevolg concludeerde de ECB dat haar basisscenario al voldoende rekening houdt met gevolgen van de euro-wisselkoersbeweging. Een bijkomende renteverlaging uit voorzorg was bijgevolg tot nader orde niet nodig.
‘Checklist’ voor Europese integratie
Het interessantste nieuws van de persconferentie had niet direct met het monetaire beleid te maken, maar met wat volgens de ECB op de agenda voor een verdere Europese groeistrategie moet staan. Volgende week donderdag (12 februari), komen de Europese leiders in Alden Biesen bijeen voor een informele ‘retraite’. Ook de auteurs van eerdere strategierapporten, Draghi en Letta, zullen daar aanwezig zijn. Lagarde gaf op de persconferentie aan dat de ECB alvast een ‘checklist’ heeft opgesteld van vijf punten die ze op voorhand aan de deelnemers van die top zal bezorgen. De bedoeling van de ECB is dat deze uitzonderlijke EU-top snel werk maakt om het Europese groeipotentieel ten volle benutten.
Die ‘checklist’ omvat vijf punten: de implementatie van de geplande ‘Savings and Investment Union’, de snelle goedkeuring van het vereiste wetgevend kader voor de invoering van de digitale euro, de diepere integratie van de Europese eenheidsmarkt, investeringen in Europese strategische autonomie en een algemene vereenvoudiging van wetgeving en bureaucratie.
Tijdens de persconferentie ging Lagarde ook dieper in op de internationale rol van de euro. Ze bevestigde dat dit thema de ECB nauw aan het hart ligt. Voorwaarden opdat de euro zo’n rol zou kunnen spelen zijn volgens haar:
· De al vermelde verdieping van de werking van de Europese eenheidsmarkt.
· Een betrouwbare economisch-financiële omgeving voor internationale beleggers, die kunnen vertrouwen op de heerschappij van het recht (allicht onder meer een verwijzing naar het recente Euroclear-dossier).
· Een sterke positie van de Europese economie wat betreft kritische infrastructuur en defensie. Verdere stappen in die richting moeten worden gezet.
· Het vermogen om nieuwe handelsverdragen te sluiten, zoals bijvoorbeeld het recente akkoord met Mercosur en het handelsakkoord met India.
· Bij een internationaal muntstatuut hoort ook het voorzien van handelspartners van de nodige euro-liquiditeiten. Lagarde verklaarde dat de ECB in dat kader momenteel de werking van haar repolijnen (‘repurchase agreements’) aan het herbekijken is, om die voor andere centrale banken aantrekkelijker te maken. Een ECB-communicatie hieromtrent zou binnenkort volgen.
Pleidooi voor gemeenschappelijke Eurobonds
De meest opmerkelijke uitspraak deed Lagarde als antwoord op de vraag of een prominentere internationale rol voor de euro niet ook voor de uitgifte van gemeenschappelijke Europese obligaties op een betekenisvolle schaal zou pleiten, bijvoorbeeld voor gemeenschappelijke defensie-uitgaven. Die obligaties zouden dan een permanente bouwsteen van de Europese financiële markt vormen als veilig activa (‘safe asset’). Het antwoord was even kort als duidelijk: “Dat staat zeker op onze ‘checklist’”. We kijken ernaar uit of de EU-top volgende week bereid is om een verdere stap in die richting te zetten.