Economisch scenario: update februari 2026
Uit het departement: “Groeiversnelling, bij dalende inflatie”
Hogere energieprijzen door geopolitieke spanningen en koud winterweer joeg de energie-inflatie aan, maar de Europese -inflatie daalde wel naar 1,7%. Voor 2026 legt KBC de lat nu hoger tot 1,8%. De economie groeide sterker dan verwacht (+0,3% in Q4 2025), vooral dankzij Zuid-Europa, bij een lagere werkloosheid. De groei zou in 2026 moeten landen op 1,2%, hoger dan de eerdere prognose van 1%. Zo ook in de VS, waar KBC nu mikt op 2,4% (dat was 2,3%) en dat bij geleidelijk dalende inflatie. Op rentevlak mikt KBC op twee stuks in 2026 en geen actie van de ECB.
Blikvangers
- Geopolitieke spanningen en koud winterweer hebben de energieprijzen in januari aanzienlijk opgedreven. De olieprijs steeg vorige maand met 14,6% tot 69,7 USD per vat. Onrust in Venezuela en Iran en strengere sancties tegen Rusland waren de belangrijkste oorzaak van de stijging. De koudere winter op het noordelijk halfrond veroorzaakte ook verstoringen in de oliebevoorrading. De koudere temperaturen zorgden ook voor een stijging van de aardgasprijzen. De TTF-aardgasprijzen stegen vorige maand met 42,8% tot 40,5 EUR per MWh, omdat de hoge vraag naar gas de aardgasreserves van de EU snel deed slinken.
- De inflatie in de eurozone daalde in februari van 2,0% naar 1,7%. Deze daling werd grotendeels veroorzaakt door een daling van de energie-inflatie. De voedingsprijsinflatie versnelde daarentegen licht. Ook de kerninflatie daalde van 2,3% naar 2,2%. Dit werd veroorzaakt door een belangrijke vertraging van de inflatie in de dienstensector. De inflatie van goederen versnelde daarentegen. Gezien de recente stijging van de olie- en gasprijzen verhogen we onze inflatieprognose voor 2026 licht van 1,7% naar 1,8%, terwijl we onze prognose voor 2027 op 1,9% handhaven.
- De groei in de eurozone in het vierde kwartaal van 2025 overtrof de verwachtingen met 0,3% op kwartaalbasis. Spanje en Portugal bleven relatief sterk presteren. Ook andere grote economieën, zoals Duitsland, Italië en Nederland, lieten behoorlijke groeicijfers zien. Alleen Ierland kende een negatieve groei. Ook de arbeidsmarkt blijft in goede vorm, met een daling van de werkloosheidsgraad tot 6,2%. Gezien de hoger dan verwachte groeicijfers voor het vierde kwartaal, verhogen we onze prognose voor 2026 van 1,0% naar 1,2%, terwijl we onze prognose van 1,4% voor 2027 handhaven.
- De groei in de VS blijft veerkrachtig ondanks de aanhoudende handelsoorlog. Na een sterk groeicijfer in het derde kwartaal van 2025 verwachten we opnieuw een solide prestatie in het vierde kwartaal van 2025 dankzij hoge consumentenbestedingen en niet-residentiële investeringen. Ook de netto-uitvoer zal een behoorlijke bijdrage leveren, ondanks het recent verhoogde handelstekort. We verhogen onze groeiprognose voor 2026 van 2,3% naar 2,4% en handhaven onze prognose van 1,9% voor 2027. De inflatie in de VS heeft haar hoogtepunt gepasseerd en zal naar verwachting blijven dalen. We handhaven onze inflatieprognose van 2,6% voor dit jaar om in 2027 te dalen tot 2,4%.
- De vooruitzichten voor de Chinese economie blijven ongewijzigd ten opzichte van vorige maand. Er zijn nog altijd tekenen van een economie met twee snelheden, waarbij de solide buitenlandse vraag de trage binnenlandse vraag overtreft. We verwachten een gemiddelde reële bbp-groei van 4,6% in 2026 en 4,2% in 2027.
- Zowel de Fed als de ECB hebben de rente tijdens hun laatste beleidsvergaderingen ongewijzigd gelaten. De Fed hield de rente onveranderd gezien de sterke groei in de VS en de inflatie die boven de doelstelling ligt. Fed-voorzitter Powell benadrukte dat de volgende rentebeslissingen data-afhankelijk zal zijn. We verwachten dat de renteverlagingscyclus pas in de tweede helft van het jaar wordt hervat, wanneer de Fed (onder nieuwe voorzitter Warsh) naar verwachting de rente twee keer zal verlagen tot een neutraal niveau. De ECB liet de beleidsrente deze maand eveneens ongewijzigd en zal dat naar verwachting ook in 2026 en 2027 blijven doen. Aangezien zij iets onder de doelstelling ligt, bevindt de inflatie zich nog altijd in een “goede positie”.