PMI’s: zoals gevreesd...
Zijn data relevant in een context waar economisch nieuws vaak achterhaald is al voor de inkt droog is? Centrale banken kunnen moeilijk anders dan hun beleid objectiveren op basis van mogelijk verstoorde data. Tijdens de persconferentie vorige week bood ECB-voorzitster Lagarde een ‘kapstok’ aan van vijf topics die de bank scherp in de gaten houdt om haar beleid te kalibreren.
1. De prijzen op grondstoffenmarkten
2. Verstoringen in de aanvoerkettingen
3. Indicaties over hoe (snel) bedrijven hun verkoopprijzen aanpassen
4. Ontwikkeling van de vraag zoals die zich aftekent in enquêtes
5. Indicatoren over loonvorming
Dit geheel moet toelaten om inzicht te krijgen in tweede-ronde inflatie-effecten. Dat is waar de ECB echt bezorgd om is. De PMI-bedrijfsvertrouwensenquêtes van vanochtend worden minutieus tegen dit lijstje afgezet. Ze zijn hoe dan ook de eerste echte barometer over de EMU-economie na de start van de nieuwe Golfoorlog.
De titel van het perscommuniqué laat weinig ruimte voor twijfel: de outputgroei in de EMU-economie vertraagt terwijl inputkosten het hoogste niveau bereiken in meer dan drie jaar. De economische activiteit komt zo goed als tot stilstand. De algemene output PMI valt terug van 51.9 tot 50.5, marginaal boven het 50-niveau dat de grens aangeeft tussen groei en contractie. Vooral de dienstensector verliest momentum (50.1 van 51.9). De verwerkende nijverheid houdt voorlopig beter stand (51.7), met een positieve vermelding voor Duitsland. In Frankrijk gaat het terug van kwaad naar erger (48.3 van 49.9). Voor de rest van Europa meldt eigenaar S&P beperkte groei.
Zoals blijkt uit het lijstje van Lagarde is de ECB in het kader van haar mandaat vooral bekommerd over hoe de vraag-aanbodbalans zich vertaalt naar prijzen voor de eindverbruiker. Geruststellend is de PMI-enquête hier geenszins. Kosteninflatie versnelt naar het scherpste tempo sinds februari 2022, vooral in de verwerkende nijverheid. Bedrijven beginnen die prijzen ook door te rekenen naar de klant (snelste sinds feb 2024). We lezen in de PMI-enquête ook dat de oorlog in het Midden Oosten nu al zorgt voor een forse vertraging/verstoring van de toevoer naar productiebedrijven (slechtste niveau sinds augustus 2022). Tegelijkertijd bouwen bedrijven zowel stocks van input als van te verkopen goederen af. S&P concludeert: stagflatie-alarmbellen gaan af. Europese groei dreigt in kw1 zo goed als stil te vallen (PMI suggereert 0.1%). Naar inflatie toe becijfert S&P dat de survey wijst op inflatie richting 3% op korte termijn, waarbij de kostendruk verkooprijzen de volgende maanden onder opwaartse druk houdt. Ook S&P kan niet anders dan concluderen dat de ECB zich niet langer ‘in a good place’ bevindt. Een korte markt-update. De markt ziet na de PMI’s een kans van 70% op een 25 bpn renteverhoging in april en bijna cumulatief 75 bpn verhogingen naar het jaareinde. Zo zijn alvast de marktkaarten geschud wanneer de ECB haar prioriteitenlijstje afpunt.
EMU 2-j swaprente: stagflatie-trade houdt korte rentes hoog.