Een financieel schaderapport
Amerikaans president Trump stelde Iran afgelopen weekend voor een ultimatum. Als het land de Straat van Hormuz niet binnen de 48 uur volledig openstelt, dan worden Iraanse energiefaciliteiten doelwit. Iran countert met de aanvalsdreiging op financiële instellingen en de energie- en ontziltingsfaciliteiten van de zoetwaterarme buurlanden. Doorduwen op de beide, escaleert het conflict zodanig dat we gerust kunnen spreken van een voor en na. De deadline loopt ongeveer om middernacht onze tijd af. In de aanloop maken we een rapport op van de geleden schade op de financiële markten, van de start van de vijandelijkheden op 28 februari tot vandaag.
De overheidsobligatiemarkt is “veilige haven” af, zowel in de VS als in Duitsland en zeker het Verenigd Koninkrijk. Via oplopende risicopremies en inflatie(verwachtingen) staat ook het lange eind onder druk. Een bijkomend en misschien onderbelicht risico is dat kapitaal de Golfregio niet meer verlaat om zodoende de oorlogsinspanning (i.p.v. de Amerikaanse staat) te financieren. De slechte staat van de publieke financiën werkt als een brandversneller. Uiterst zwakke Britse begrotingscijfers legden vrijdag de vinger op de wonde. Ze dateren van februari en houden dus zelfs nog geen rekening met de sindsdien aanzienlijk opgelopen rentelasten. De eerste steunmaatregelen zijn inmiddels ook een feit (bv. Italië, Spanje). De rente op looptijden tussen 10 en 30 jaar trokken tussen 47 en 34 bpn hoger in de VS. De 30-jarige rente noteert <5 bpn onder de psychologisch belangrijke 5%. De Duitse tienjaarsrente klimt met >40 bpn tot niveaus laatst gezien in 2011. In het VK staan 57 (30-jr) tot 83 bpn (10-jr) op de teller.
De kortetermijn rentemarkt trekt vol de kaart van renteverhogingen. De absolute beweging was veruit het grootst in het VK. Looptijden van 2 tot drie jaar laten rentestijgingen van méér dan 110 bpn optekenen. In Duitsland gaat het over 66-72 bpn. De BoE en de ECB, de energie- en inflatiecrisis van 2022 indachtig, spraken de markt vorige week niet tegen. Investeerders houden inmiddels rekening met ruim drie renteverhogingen door elk. Voor de BoE groeit de overtuiging voor een eerste zet in april (85% kans). De ECB staat al voor dat voldongen feit. Een rentestijging tot 60 bpn in de VS maakt brandhout van die eenzame renteverlaging die de Fed-voorspellingen voorlopig nog (ont)siert.
Gas +100% en olie +60%, om nog maar te zwijgen van de kettingreactie op een schier oneindige rist van afgeleide producten: vrees voor tragere groei en hoge inflatie hakt stevig in op risicovolle activa, de beurzen in het bijzonder. De EuroStoxx50 verloor vrijdag belangrijke steun van de piek net voor Trump’s tariefaankondiging (2 april) en bevindt zich daardoor “officieel” in een correctie (>10% verlies van de top). De zone tussen 5154 en 5179 is de volgende, cruciale, referentie. De Amerikaanse S&P500 sloot vrijdag op een technisch kantelpunt rond 6500. Een breuk lager impliceert vervolgverliezen richting 6200. In de categorie risicovolle(re) activa noteren we voorts een scherpe stijging van de intra-Europese kredietrisicopremies (“spreads” vs swap). Italië is een van de meest energie-afhankelijke landen binnen de EU. De spread loopt op richting 100 bpn, het meest in ongeveer negen maand.
Op de wisselmarkt krijgt de Amerikaanse dollar het voordeel van de twijfel en dat blijft allicht zo. Maar alles in beschouwing genomen had dat meer kunnen zijn. De handelsgewogen munt botst op weerstand net boven 100. EUR/USD verloor aanvankelijk snel terrein van 1.18 richting 1.15 en dobbert daar sindsdien wat rond. 1.1392 is de in de gaten te houden referentie. USD/JPY schurkt tegen 160 aan, niveaus waarbij Japanse en Amerikaanse autoriteiten eind januari nog ballonnetjes over een gezamenlijke interventie oplieten.
Duitse tienjaarsrente op hoogste peil sinds 2011