De EU-India handelsdeal: wie vaart er wel bij?
Klik hier om de PDF te openen
Na bijna 20 jaar onderhandelen bezegelden de EU en India op 27 januari 2026 in New Delhi een vrijhandelsovereenkomst. De bilaterale deal creëert een van de grootste vrijhandelszones ter wereld en omhelst bijna twee miljard consumenten. De overeenkomst voorziet in een uitgebreide liberalisering van de invoertarieven. De EU schaft de tarieven op 90% van de tarieflijnen af (91% in termen van handelswaarde). India doet dat op 86% van de tarieflijnen (93% van de handelswaarde). Daarnaast zullen beide partijen nog een aantal tarieflijnen gedeeltelijk liberaliseren, zodat de totale dekking van de handelsliberalisering komt op 99,3% voor de EU en 96,6% voor India. In dit Economisch Bericht ramen we de (directe en indirecte) impact van de deal op de economieën in de EU. Voor België, dat behoort tot de landen waar de verwachte impact (relatief gesproken) groot is, maken we ook een sectorale becijfering.
Wat is overeengekomen
India zal zijn markt vooral openstellen voor Europese industriële producten, waarvoor de gemiddelde toegepaste invoertarieven momenteel meer dan 16% bedragen. Bij de hoogste tarieven die momenteel nog worden geheven, behoren die op auto’s (tot 110%, die op auto-onderdelen liggen lager op 22%). De tarieven voor auto's zullen in twee fasen worden verlaagd: zowat de helft zal worden geliberaliseerd bij de inwerkingtreding van de overeenkomst en de rest geleidelijk over een periode van maximaal tien jaar (tot een eindtarief van 10%, met een quotum van 250.000). Ook de relatief hoge tarieven voor machines en uitrusting, nu nog oplopend tot 44%, zullen in twee fasen worden geliberaliseerd.
De tarieven voor chemische producten, die momenteel tot 22% bedragen, zullen grotendeels onmiddellijk worden afgeschaft zodra de overeenkomst in werking treedt. Voor cosmetica, waarvoor de tarieven eveneens tot 22% oplopen, zal de tariefafschaffing volgen op overgangsperiodes van vijf of zeven jaar. Voor kunststoffen worden de tarieven gedeeltelijk geliberaliseerd bij de inwerkingtreding en de rest slechts geleidelijk afgeschaft over een periode van zeven jaar. Voor textiel en kleding, keramiek en boten zullen de meeste tarieven onmiddellijk worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst.
In de agrovoedingssector zijn de tariefverlagingen selectiever, maar wel duidelijk omschreven. Zij hebben betrekking op onder meer olijfolie, bewerkte voedingsmiddelen, schapenvlees, alcoholische dranken en alcoholvrij bier. Kwetsbare landbouwsectoren blijven beschermd. Landbouwproducten zoals runds- en kippenvlees, rijst, suiker en zuivel werden buiten het handelsakkoord gehouden. Op bepaalde fruitsoorten (onder meer peren en kiwi’s) worden de tarieven weliswaar ook verlaagd, maar zal dit gebeuren binnen bepaalde quota. Invoer uit India blijft onderworpen aan de strenge Europese normen voor gezondheid en voedselveiligheid.
Simulatie van de effecten
De inwerkingtreding van de handelsovereenkomst zal nog een tijdje op zich laten wachten. De teksten moeten eerst nog een grondige juridische controle doorlopen en daarna pas zal de Europese Commissie de goedkeuringsprocedure in gang steken. Vervolgens is het aan de EU-lidstaten om het licht op groen te zetten, waarna de EU en India het akkoord officieel kunnen ondertekenen. Pas wanneer daarna ook het Europees Parlement zijn zegen geeft, wordt het akkoord effectief van kracht. Zoals hierboven vermeld, zal een deel van de tariefverlagingen bovendien slechts geleidelijk in stappen worden geïmplementeerd.
Een en ander maakt dat de kortetermijneffecten van de deal op de economische activiteit eerder beperkt zullen zijn. Daarom focussen we ons in dit Economisch Bericht op de cumulatieve langetermijneffecten. We modelleren de directe en indirecte effecten van de aangekondigde maatregelen in de verschillende EU-landen. De directe effecten hebben betrekking op de rechtstreekse handel met India. De indirecte effecten betreffen de toegevoegde waarde gecreëerd door het betreffende EU-land in de toeleveringsketen voor de uitvoer van andere landen naar India. Er wordt rekening gehouden met de gefaseerde implementatie van de tariefverlagingen en we maken specifieke aannames over de vraagrespons op de eruit voortvloeiende prijsdalingen (de zogeheten prijselasticiteit van de vraag). Het gehanteerde model omvat multiplicatoreffecten via internationale productieketens met behulp van input-outputtabellen en voegt daar een inkomensmultiplicator aan toe.1
Figuur 1 toont de economische baat van de handelsdeal voor een grote groep van EU-landen, gemeten als de verwachte procentuele toename van de toegevoegde waarde in volume (d.w.z. reële termen) gecumuleerd over een periode van 10 jaar. Uit de simulatie blijkt dat, in de groep van grote landen, Duitsland en Italië het meest zullen profiteren, voornamelijk vanwege hun sterke uitvoerpositie voor machines op de Indiase markt. Frankrijk en Spanje hebben een aanzienlijk zwakkere positie op de Indiase markt en zullen daarom vooral slechts indirect van de overeenkomst profiteren. De overeenkomst is ook relatief voordelig voor heel wat Centraal- en Oost-Europese economieën, in het bijzonder Oostenrijk en Tsjechië. Hoewel die zelf geen bijzonder sterke positie hebben op de Indiase markt, zullen zij indirect toch heel wat voordeel ondervinden door de nauwe handelsintegratie met Duitsland (onder meer in de autosector).
Impact op de Belgische economie
België behoort tot de EU-landen waar de verwachte impact relatief groot is. Dat is een weerspiegeling van België’s relatief grote uitvoer naar India (in % van het bbp) in vergelijking met de meeste andere landen. In verhouding tot de totale uitvoer is India voor België een kleine, maar niet onbelangrijke, handelspartner. In 2025 bedroeg het aandeel van India 0,8% van de totale uitvoer (zo’n 4 miljard euro). Daarmee is India België’s 18e belangrijkste uitvoermarkt. Na de VS, China en Turkije, is India de 4e belangrijkste handelspartner van België buiten Europa. Het afgelopen decennium nam het belang van India in de uitvoer wel sterk af (zie figuur 2), dit vooral als gevolg van de sancties op Russische diamanten, die vóór het in voege treden ervan goed waren voor een derde van de invoer van ruwe diamant in België. Dat heeft de toevoer van ruwe stenen naar België, die traditioneel van Antwerpen naar India gingen, sterk beïnvloed. Samen met diamant (het tarief voor bewerkte diamant gaat van 5,5% naar 2,5%) waren chemische producten (waarvoor het huidige 22%-tarief grotendeels onmiddellijk wordt afgeschaft) en machines en uitrusting (waarvoor het nu tot 44% oplopend tarief geleidelijk maar aanzienlijk wordt verlaagd) in 2025 goed voor bijna twee derde van de totale Belgische uitvoer naar India. Hun respectievelijke aandelen bedroegen in 2025 37%, 16% en 10%.
Figuur 1 toont dat, naast het directe handelseffect, er voor België ook een relatief groot indirect effect is, grotendeels een gevolg van de nauwe handelsband van België met Duitsland. Het indirecte effect is zelfs drie en een half maal groter dan het directe. Alles samen wordt voor België de positieve langetermijnimpact van het akkoord in onze simulatie geraamd op 0,18% van de in België gecreëerde reële toegevoegde waarde. Dat is op zich niet zo heel veel, maar wel 0,06 procentpunt meer dan het (ongewogen) gemiddelde effect in de 27 EU-lidstaten. Ter vergelijking: het grootste effect is er voor Duitsland (+0,24%), het kleinste voor Cyprus (+0,03%).
Figuur 3 geeft de (directe en indirecte) effecten van de tariefverlagingen in specifieke deelsectoren van de verwerkende nijverheid, gemeten als de gecumuleerde procentuele toename van hun reële toegevoegde waarde over een periode van 10 jaar. Los van de tariefverlaging of -afschaffing die van toepassing is, hangt de becijferde impact ook af van het huidige belang van India voor de in de deelsector gecreëerde toegevoegde waarde en van de prijselasticiteit van de Indiase vraag naar de betreffende goederen. De sector van de machinebouw zal het meest profiteren, met een verwachte toename van 1,75% van zijn toegevoegde waarde, waarbij het directe effect het grootst is. Ook in de elektronica- en computersector, die eveneens veel baat heeft bij het akkoord, is het directe effect relatief groot. In de sectoren van kunststoffen, chemie en basismetalen speelt daarentegen vooral een groot indirect effect.
Inzake diamant moeten we voor de impact van het akkoord op de toegevoegde waarde een onderscheid maken tussen bewerkte en ruwe diamant. De impact betreffende bewerkte diamant wordt in figuur 3 meegenomen in de categorie ‘overige industrie’. Het is daarbij belangrijk op te merken dat de tariefverlaging voor natuurlijk geslepen diamant (van 5,5% naar 2,5%) relatief gering is in vergelijking met die voor andere productcategorieën. Voor de handel in ruwe diamant (niet opgenomen in figuur 3) is de in België gerealiseerde toegevoegde waarde beperkt en blijft het onzeker in welke mate het akkoord extra voordelen voor de Belgische economie (in termen van reële toegevoegde waarde) met zich zal brengen. Voor de diamantsector zelf is de deal evenwel welgekomen in het licht van de verliezen die de voorbije jaren werden geleden door de sancties op Russische diamant en de toenemende concurrentie van synthetische diamant. Positief is dat het lagere tarief voor bewerkte diamant nu structureel wordt verankerd en niet meer eenzijdig door India kan worden aangepast. In de voorbije jaren was het tarief erg volatiel (tussen 2% en 7,5%), wat voor onzekerheid zorgde in de sector.
Beperkingen van de analyse
Onze simulatie wijst uit dat de baten van de deal tussen de EU en India voor specifieke sectoren groot kan zijn maar voor de economie als geheel eerder beperkt blijven. Dat neemt niet weg dat het akkoord belangrijk is voor de weerbaarheid en strategische autonomie van de EU-economie. Dat de EU en India een doorbraak forceerden in hun handelsbesprekingen, houdt verband met de geopolitieke situatie en het feit dat de VS een onbetrouwbaarder handelspartner is geworden. Met de deal willen de EU en India hun positie versterken tegenover de VS en China. De deal gaat overigens verder dan klassieke tariefverlagingen. Hij opent ook de Indiase dienstenmarkt, onder meer voor financiële diensten en maritiem transport zoals baggerdiensten, en kan leiden tot extra FDI-stromen. Daarnaast versterken beide partners de bescherming van intellectuele eigendom en verbinden zij zich ook tot hogere normen op vlak van milieu, klimaat, vrouwen- en arbeidsrechten. Er wordt ook een gezamenlijk platform opgezet voor samenwerking rond de klimaattransitie. Ten slotte gaan de EU en India ook op vlak van defensie en veiligheid een partnerschap aan.
Onze modelmatige becijfering is slechts een partiële analyse en neemt die ruimere potentiële gevolgen niet mee in de analyse. Zij maakt bovendien abstractie van de impact van toenemende prijsconcurrentie op de Europese markt als gevolg van goedkopere ingevoerde Indiase producten. Zo kan een grotere invoer van goedkopere Indiase textiel- en kledingproducten leiden tot druk op (en banenverlies bij) Europese bedrijven in die sector. Anderzijds zorgen lagere Indiase prijzen op de Europese markt voor een reëel inkomenseffect en mogelijk hogere algemene consumptie. Ten slotte, hoewel de handelsdeal kansen biedt, blijft de effectieve markttoegang voor Europese ondernemingen in India allicht ook na het akkoord een stuk onzeker. Zij zullen ongetwijfeld blijven geconfronteerd worden met heel wat niet-tarifaire handelsbelemmeringen, waaronder traagheid en bureaucratie, onder meer als gevolg van een sterk gefragmenteerde Indiase markt (28 deelstaten die sterk van elkaar verschillen) en een strikte hiërarchie binnen private bedrijven.
1 Meer detail over het model en de gehanteerde assumpties kunnen op vraag worden bekomen. Input-outputtabellen zijn matrices waarin de waarden van goederenstromen in een economie worden weergegeven. Zij tonen hoe bedrijfstakken onderling afhankelijk zijn en worden vaak gebruikt voor macro-economische impactanalyses.