De ECB geeft zich zes weken de tijd
Klik hier om de PDF te openen
Belangrijker was echter wat we uit de communicatie konden opmaken omtrent een eventuele toekomstige reactie van de ECB op de negatieve aanbodschok door de oorlog in Iran. De markten gaan alvast ervan uit dat de ECB allicht in juni haar beleidsrente met 25 basispunten zal verhogen.
In haar persconferentie gaf ECB-voorzitster Lagarde aan dat op de aprilvergadering een mogelijke renteverhoging weliswaar grondig werd besproken, maar dat er uiteindelijk unaniem werd beslist om de beleidsrente vooralsnog onveranderd te laten. Niettemin gaf Lagarde weinig verrassend aan dat de inflatierisico’s duidelijk opwaarts zijn gericht, en de risico voor de groei neerwaarts. Beide risico’s namen ten opzicht van de vorige beleidsvergadering toe. Volgens de inschatting van de ECB beweegt de economie zich weg van het basisscenario dat ze in maart, naast twee alternatieve scenario’s, had voorgesteld. Toch wilde Lagarde niet spreken over een stagflatie-scenario, dat volgens haar was voorbehouden aan de schokken uit de jaren 1970, met een stagnerende economie, hoge inflatie, een structureel hoge werkloosheidsgraad en een totaal verschillende monetaire omgeving dan nu.
Onvoldoende informatie
De beleidsbeslissing van april was volgens Lagarde “een onderbouwde beslissing op basis van onvoldoende informatie”. Als gevolg van die onzekerheid neemt de centrale bank daarom de tijd tot aan de volgende beleidsvergadering van 11 juni om op basis van de bijkomend beschikbare data haar eventuele beleidsreactie te kalibreren. Dat moet volgens Lagarde voldoende tijd zijn om meer duidelijkheid te krijgen, in het bijzonder over de duur en de uitkomst van het conflict in het Midden-Oosten.
Ter ondersteuning van de beleidsvergadering van juni zullen de ECB-economen ook een update maken van zowel het basisscenario als van de alternatieve scenario’s. Indien de ECB-beleidsmakers tot de conclusie zouden komen dat er een renteverhoging noodzakelijk is, zou dit een geschikte gelegenheid daarvoor zijn. De markt gaat hier alvast met een hoge waarschijnlijkheid vanuit. Zeker is dat echter nog niet. Op de vraag of de ECB in haar basisscenario van maart de marktverwachtingen van enkele renteverhogingen eigenlijk impliciet bevestigde, antwoordde Lagarde niet eenduidig. Enerzijds merkte ze op dat de markt de reactiefunctie van de ECB blijkbaar goed heeft begrepen. Anderzijds gaf ze echter ook de redenen aan waarom de ECB tot nu toe de beleidsrente nog niet heeft verhoogd (in tegenstelling tot de marktverwachtingen van vlak na het uitbreken van de oorlog). De voornaamste redenen hiervoor zijn de ‘goede positie’ waarin de ECB zich net vóór de oorlog bevond, met een inflatie rond 2% en een ruwweg neutrale beleidsrente. De recentste verdere daling van de kerninflatie in de eurozone in april tot 2,2% is daarmee consistent. Door die gunstige uitgangspositie kan de ECB het zich volgens Lagarde veroorloven nog even de kat uit de boom te kijken en de verdere ontwikkelingen van het conflict af te wachten. Daarnaast benadrukte Lagarde ook dat er vooralsnog geen tweede-ronde-effecten zichtbaar zijn die een onmiddellijk ingrijpen van de centrale bank nodig maken. De inflatieverwachtingen op middellange termijn blijven immers vooralsnog goed verankerd rond de beleidsdoelstelling, en ook de loonontwikkelingen in de eurozone vertonen geen tekenen van een verdiscontering van hogere inflatieverwachtingen.
Nieuwe ronde in het handelsconflict
Een of meerdere renteverhogingen in de loop van dit jaar, zoals de markt op dit moment verwacht, behoren dus zeker tot de mogelijkheden. Zeker is dit echter niet. De gepaste beleidsreactie van de ECB hangt immers niet alleen af van de verdere ontwikkeling van al gekende schokken, in het bijzonder de oorlog in Iran, maar ook van eventuele bijkomende schokken. Als illustratie hiervan kondigde de Amerikaanse president Trump op 1 mei een nieuwe ronde in het handelsconflict met de EU aan. De invoertarieven op Europese auto’s worden met vrijwel onmiddellijke ingang verhoogd tot 25%, op een moment dat de Europese economie net had leren leven met het handelsakkoord dat de EU in de zomer van 2025 met de VS heeft gesloten. Indien de jongste aankondiging van de tariefverhoging meer blijkt dan een storm in een glas water, kan dat belangrijke economische gevolgen hebben voor de economie van de eurozone en voor het beleid van de ECB. Indien er een Europese vergelding komt, betekent het een bijkomende negatieve aanbodschok die het beleidsdilemma van de ECB vergroot. Indien er, zoals in 2025, geen Europese vergelding komt, betekent dat een negatieve vraagschok voor de Europese economie, die ceteris paribus de groei, maar ook de inflatie zou afremmen. Die bijkomende onzekerheid zal één van de elementen zijn die de ECB in de aanloop naar haar beleidsvergadering van 11 juni zal moeten overwegen.