Amerikaanse inflatie verliest van de beurs
De Amerikaanse rentemarkt waande zich gisteren in Walibi. De koersbeweging had veel weg van een omgekeerde Dalton Terror: eerst verticaal omhoog met daarna een stelselmatige daling. Op de kortste looptijd (twee jaar) overspande de rollercoasterrit tussen dagdal naar -top net geen 20 basispunten. Het was de grootste beweging sinds de volatiele maand maart, toen het conflict in het Midden-Oosten pas was uitgebroken.
Geen oorlog deze keer, wel Amerikaanse inflatiecijfers waren verantwoordelijk voor de initiële spurt die de tweejaarsrente op een zucht van de meerjarige top eind september (4.96%) bracht. De allesomvattende indicator klom 0.6% op maandbasis en bracht het jaarcijfer op 3.7%, iets meer dan de 3.6% verwacht. Dat is het op twee na snelste tempo in drie jaar. Een van de belangrijkste boosdoeners -dure energie - was goed voor zowat de helft van de 0.6% maandstijging. Als het daarbij bleef, ontspon de marktreactie van gisteren zich allicht niet. Die vloeide voort uit de onderliggende inflatie. Zowel de (ruime) 0.3% op maand- als de 2.6% op jaarbasis was meer dan gevreesd. Vooral het maandcijfer baart zorgen. Het is een evenaring van het tempo in augustus, wat toen ook al sneller was dan verwacht, en ligt boven de 0.15-0.2% die de Fed als voorwaarde beschouwt voor een terugkeer van inflatie richting de 2%-doelstelling. Ter vergelijking: het geannualiseerd driemaands voortschrijdend gemiddelde klom in september tot 3.25%. In de details valt op hoe breed de prijsstijgingen gedragen zijn. Minder dan een handje vol deelcategorieën laten een daling optekenen. Het wijst erop dat aanvankelijk energie-gedreven inflatie de diepere lagen van het economisch stelsel aanboort. Een goed draaiende economie als de Amerikaanse laat dat ook makkelijk toe. De boodschap van het Beige Book, door de Fed verzameld anekdotisch bewijs ter voorbereiding van de beleidsvergadering twee weken later, was dezelfde.
Eerdere commentaar van invloedrijke Fed-gouverneurs zoals Waller (Raad van Bestuur) of Williams (voorzitter van de permanent stemgerechtigde NY Fed) zetten de markt in de aanloop op het verkeerde been. Ze gaven de indruk dat de centrale bank na de renteverhoging in september zou afwachten. De kans op een tweede opeenvolgende stap eind deze maand bedroeg ruwweg één op vijf. Op het toppunt was dat gisteren 55%. In de sluiting was dat nog één op drie, vanmorgen ongeveer nog één op vier.
De kentering kwam (en komt) vanuit de beurs. Vooral de technologische en AI-sector staan onder druk. Dat gaat minder over de vraag (naar chips, bv.) dan over de gigantische financieringsbehoeftes (voor datacenters, bv.). Nasdaq liet gisteren bijna 2% liggen. In Azië kelderde de Zuid-Koreaanse AI-trendsetter (Kospi) ruim 7.5%. Europese beurzen en Amerikaanse futures delen in de klappen.
In de aanloop naar de Fed-beleidsvergadering van 28 oktober ligt nog één sleutelmoment: de toespraak van voorzitter Warsh morgenvroeg tijdens de jaarlijkse IMF-top. Dat legt de zaak in haar definitieve plooi. Warsch is optimistisch over de economie en de cijfers geven hem vooralsnog gelijk. Vanuit een marktperspectief zijn de huidige verwachtingen puur o.b.v. die data eigenlijk een onderschatting. Ze zijn geïnspireerd op de (al bij al beperkte) beursval van gisteren. Maar die beukte nauwelijks in op de algemene financiële condities. Een graadmeter van het financieel persagentschap Bloomberg zweeft dicht bij de soepelste niveaus van de afgelopen 20 jaar. Het argument van Waller en (Europese) co(’s) dat de stijging aan het lange eind van de curve een deel van het werk doet, heeft au fond weinig om het lijf.
Amerikaanse tweejaarsrente op een rollercoaster