Europese obligaties vol in de kijker
Uit het departement: "Beursblik in een notendop"
Omdat Wall Street de deuren dicht hield, en omdat de Duitse deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt via een sterke verkiezingsoverwinning van de AfD een forse ruk naar rechts lieten optekenen, stond de Europese obligatiemarkt vol in de kijker. De Duitse 10-jaars rente steeg tot 3,38%, min of meer het hoogste peil in zowat 15 jaar en al vier weken op rij hoger, terwijl de Belgische rente op 3;95% landde.
Ook blijven de stijgende energieprijzen extra druk op de wereldwijd obligatiemarkten zetten, omdat het rechtstreeks de inflatievrees aanjaagt. De prijs voor een vat Brentolie (+1,5% tot 97,5 dollar) tikte het hoogste peil in zeven weken aan, terwijl Europees gas (+1,1% tot €73,3/MWh) eveneens duurder werd. De oplopende energieprijzen voeden zowel het inflatiedebat als de groeivrees.
Inflatie voedt rentehausse
Die inflatievrees is verre van nieuws, maar beleggers lijken er (eindelijk?) meer en meer serieus rekening mee te houden en prijzen daarmee meer en meer kans in op renteverhogingen. Zo’n ingreep lijkt logisch, maar tegen de aanhoudende inflatiedruk staat een weinig potente economische groei, wat centrale banken in beide richtingen erg weinig beleidsruimte laat. In mijn presentaties gebruik ik de bekende spreidstand van Jean-Claude Van Damme om die beleidsspagaat aan te tonen. Wat dat betreft verwachten we ons aan een quasi-zekere renteverhoging door de ECB komende donderdag, met nog eentje extra later dit jaar.
Dat de rentes zowat overal oplopen, heeft belangrijke gevolgen voor de nu al kapseizende begrotingen. Volgens de Franse minister van Financiën Lescure kan het Franse tekort oplopen tot 6% van het bbp tegen 2027, terwijl de regering officieel op minder dan 5% mikt. Het behalen van dat doel vereist wel een cocktail van veerkrachtig groei, stevige besparingen én extra inkomsten. Faut le faire! En om het nog iets erger te maken, kan Frankrijk enkel een begroting indienen met de goedkeuring van de oppositie. Hoor ik daar ‘politiek explosief’, en dus een risico op nog hogere premies ten opzichte van de Duitse rente?
Op de valutamarkten springt de Japanse yen eruit. De dollar zakte tot 153,5 yen, oftewel het laagste niveau sinds eind februari. Elders blijven de wisselkoersen relatief stabiel: de euro noteert op 1,163 tegenover de dollar, terwijl het Britse pond gevangen blijft nabij weerstand rond 0,86. Ondertussen lieten ook de grondstoffen zich niet onbetuigd: de goudprijs (+0,4%), zilverprijs (+0,7%), koperprijs (+0,8%) én de olieprijs (+0,8% tot 97,8 dollar per vat) trokken allemaal weer wat hoger.
Eurozone groeit sterker dan verwacht dankzij Ierse opleving
Eindigen doen we met positief nieuws. De economie van de eurozone groeide in het tweede kwartaal met 0,6% op kwartaalbasis, terwijl eerder nog 0,4% groei werd gemeld. Dat is de sterkste kwartaalgroei sinds het tweede kwartaal van 2022, met veel dank aan Ierland (+10,2% groei) en iets minder Duitsland (+0,3% in plaats van +0,2%). De Franse groei werd neerwaarts bijgesteld van 0,2% naar nulgroei.
Op jaarbasis versnelde de groei naar 1,2%, tegenover een eerder gemelde 1,0%. Dat elan werd gedragen door de buitenlandse handel, terwijl ook de consument positief bij droeg. De gezinsconsumptie steeg met 0,4% op kwartaalbasis. De eurozone toont dus toch iets meer veerkracht dan eerst geschat , al is dat cijfer geflatteerd door Ierland. Maar goed, sterke export en voorzichtig aantrekkende consumptie is beter dan geen groei.
Wat u vandaag mag verwachten?
Op de kalender kijken we vandaag naar de VS, dat het belangrijke KMO-vertrouwensrapport aanlevert, naast inflatieverwachtingen van de consumenten. Duitsland, China en Frankrijk zetten daar handelsdata tegenover, terwijl Hongarije trakteert op inflatiecijfers voor augustus. Bedrijfsresultaten komen er vandaag van Burning Rock Biotech, Computacenter, Rubis en Waterdrop.