Obligaties in solden door inflatievrees

Uit het departement: "Beursblik in een notendop"

Aandelen in de VS, Europa en Azië stonden opnieuw onder druk door de blijvend stijgende olieprijzen, fors hogere rentes en toenemende inflatiezorgen. De Dow Jones en de S&P500 lieten 0,6% liggen, terwijl de Nasdaq net zoals zowat alle Europese beurzen eerder op de dag 0,7% in de min ging. Ook Azië kleurde vannacht dieprood, met als grootste verliezers Zuid-Korea (-2,2%), Taiwan (-1,5%), en China (-1,2%), naast een ietwat betere prestatie van Japan (-0,7%), India (-0,7%) en Hongkong (-0,5%).

Op de brede markt bleef de euro stabiel tegenover de dollar (€1 = $1,1611), terwijl goud (+0,69%) en zilver (+0,54%) profiteerden van hun status als veilige havens. Niet zo bij de industriële metalen, met duidelijke winstnemingen in onder meer aluminium (-2,54%) en koper (-4,25%). En dat wordt er straks nog een blik verse Amerikaanse inflatiedata opengetrokken. Buckle up!

Olie- en gasprijzen blijven stijgen

De olieprijs steeg wel, met 1,6% tot 105,95 dollar Brent-vat, terwijl de Europese gasprijzen de kaap van 80 euro per MWh sloopten. Aan de huidige prijzen betalen Europeanen niet langer 8,6 keer zoveel dan Amerikaanse voor hun gas, maar 12,2 keer! De schermutselingen maken dat de wereldwijde vrachttarieven voor olietankers de recordniveaus aan elkaar blijven rijgen, zeker nadat Iran een dozijn schepen nabij de Straat van Hormuz aanviel én omdat de Houthi-rebellen zich meer en meer moeien in Yemen. Na de Straat van Hormuz mag u dus de Straat van Bab-el-Mandeb als volgende ‘chokepoint’ op uw lijst zetten.

Om dat alles ietwat minder lastiger te maken, verlaagde de OPEC gisteren de prognose voor de wereldwijde groei van de olievraag tot 380.000 vaten per dag in 2026. Dat is al de vijfde opeenvolgende neerwaartse herziening. Maar ook de OPEC-olieproductie staat onder druk, want in augustus werden er 640.000 vaten per dag minder opgepompt. In Saoedi-Arabië daalde de teller met 1,9 miljoen vaten per dag tot 6,2 miljoen stuks, het laagste niveau sinds 1990.

Renteverhoging ECB

Het nieuws van de dag was de renteverhoging door de ECB, met 25 basispunten tot 4,5%. De tweede renteverhoging van dit jaar gaat hand in hand met stijgende inflatiedruk, zodat de markt nu al quasi zeker is van een derde ingreep later dit jaar. Die verwachting is logisch, want de ECB verlaagde de groeivooruitzichten voor de eurozone van 0,9% naar 0,8% voor 2026, ondanks de bedrijfsinvesteringen goed standhouden, het Duitse begrotingsbeleid extra stimulansen biedt en de arbeidsmarkt opmerkelijk krap.

Tegelijkertijd werd de inflatielat opgehoogd van 2,6% naar 3,0% in 2028. Dat cijfer zou in 2027 naar 2,5% kunnen dalen, om pas in 2028 naar 2,1% in te zakken. Stagflatie, niets meer en niets minder. En u weet dat die cijfers nauwelijks waarde hebben, want alles hangt af van energie- en technologieprijzen. De ECB werkte trouwens ook een ongunstig scenario uit met 5,3% inflatie in 2027. Lees: de rente zal nog een tijdland “hoger voor langer” blijven.

Bond vigilantes sturen de rente door het dak

Die inflatievrees ontging de obligatiemarkten natuurlijk niet, met een verse verkoopgolf tot gevolg. De Duitse 2- en 10-jaarsrentes schoten resp. 14 en 6 basispunten hoger tot 3,18% en 3,49% en de Belgische tellers noteren nu op 3,26% en 4,14%. Het renteverschil tussen Frankrijk en Duitsland loopt ondertussen op 91 basispunten, het hoogste niveau sinds 2012; omdat investeerders zich meer en meer bezorgd tonen over de uiteenlopende economische en budgettaire vooruitzichten binnen de eurozone. Het valt nu maar te hopen dat de ‘bond vigilantes’ in België eindelijk wat ‘sense of urgency’ krijgen om de begrotingen structureel op orde te krijgen. 

Amerikaanse rente beweegt door de producentenprijzen

Het rentescenario dupliceerde zich in de VS, alwaar de Fed volgende week het rentekanon ook in stelling zal brengen. De 2- en 10-jaarsrentes tikten er af op 4,56% en 4,95%, deels omdat de producentenprijzen in augustus zoals verwacht met 0,4% stegen op maandbasis, na een stijging van 0,1% in juli. Dat is de sterkste stijging in drie maanden, omwille van hogere energieprijzen. Diesel was de grootste uitschieter, terwijl de prijsstijgingen in diensten slechts beperkt stegen (+0,1%). De conclusie is dat de producenteninflatie steeg van 4,8% naar 5,4% op jaarbasis, maar de onderliggende prijsdruk blijft relatief matig. 

Wat u vandaag mag verwachten?

Vandaag mag u zowat alles vergeten, behalve de verjaardag van uw naaste partner en de Amerikaanse consumentenprijsindex. Alweer een héél belangrijk inflatiepunt, dus, wat een rechtstreekse impact gaat hebben op de obligatiemarkten. Verder ook niet te missen zijn nieuwe meting van het Amerikaanse consumentenvertrouwen en de Japanse producentenprijzen en conjunctuurindicatoren. Het VK levert nog BBP-data aan én komt – ook belangrijk – met een update van de inflatieverwachtingen. Bedrijfsresultaten komen er vandaag van High Templar Technologies, Immobel en Kroger.