Economische Vooruitzichten november 2022

Lees de volledige publicatie hieronder of klik hier om de PDF te openen.

Blikvangers

  • Onder invloed van zachte weersomstandigheden is de Europese gasprijs voor de tweede maand op rij gedaald. Eind oktober bedroeg hij 123 euro per MWh tegenover een piek van 349 euro per MWh in augustus. Toch ligt die prijs nog steeds ongeveer tien keer hoger dan vóór de pandemie (eind 2019). In tegenstelling tot de gasprijs steeg de olieprijs in oktober met 4,8% tot 93 USD per vat doordat OPEC+ het aanbod vanaf deze maand met 2 miljoen vaten per dag verminderde.
  • Hoge energieprijzen stuwden de inflatie in de eurozone in oktober naar een record van 10,7%. De energieprijzen lagen maar liefst 41,9% hoger dan een jaar eerder, terwijl de prijzen van voedingsmiddelen, alcohol en tabak met 13,1% stegen. Ook de kerninflatie bleef toenemen (tot 5%), vooral onder invloed van de goedereninflatie. De hoge inflatiecijfers hebben ons ertoe aangezet onze prognose op te trekken tot 8,5% in 2022 en 6,1% in 2023.
  • In de VS daalde de algemene inflatie in oktober tot 7,7%, tegen een piek van 9,1% in juni. Ook de kerninflatie daalde tot 6,3%, tegen 6,6% vorige maand. De daling van de goedereninflatie met 0,4% maand-op-maand was de voornaamste oorzaak van deze vertraging. De diensteninflatie bedroeg 0,5% maand-op-maand als gevolg van de aanhoudende huurinflatie en hoge lonen. De dienstencomponent zal waarschijnlijk voor opwaartse druk op de inflatie blijven zorgen. Daarom hebben wij onze inflatieprognose voor 2022 in de VS met 0,1 procentpunt verhoogd tot 8,1% en onze prognose voor 2023 aanzienlijk verhoogd van 3,1% tot 4%.
  • De centrale banken blijven zich richten op het terugdringen van de inflatie naar hun doelstelling. De ECB, Fed en BoE verhoogden alle hun beleidsrente met 75 basispunten. Deze centrale banken gaven ook aan dat de verkrappingscyclus nog lang niet voorbij is en dat bij de volgende beleidsvergaderingen verdere renteverhogingen te verwachten zijn, zij het mogelijk in kleinere stappen. Wij verwachten nu dat de beleidsrente van de Fed in het tweede kwartaal van 2023 zal pieken op 5,25% tot 5,5% en de depositorente van de ECB op 3,5%.
  • De economie van de eurozone heeft in het derde kwartaal het hoofd boven water weten te houden met een groei van 0,2% tegenover het tweede kwartaal, vooral dankzij de solide particuliere consumptie. Het volledige effect van de hoge gasprijzen, de inflatie en het monetaire beleid moet echter nog worden gevoeld. De indicatoren voor het ondernemersvertrouwen zijn verder verzwakt, in het bijzonder in de dienstensector, en wijzen op een milde recessie. Wij verwachten nu dat de gemiddelde groei van het reële bbp in de eurozone in 2022 zal uitkomen op 3,2% en in 2023 zal vertragen tot 0,2%. Deze positieve gemiddelde jaargroeicijfers verbergen dat de eurozone een milde recessie zal doormaken.
  • De Amerikaanse economie boekte in het derde kwartaal een solide groei van 2,6% op jaarbasis tegenover het voorgaande kwartaal. Dit was vooral te danken aan de hoge netto-uitvoer, terwijl de voorraden en vooral de residentiële investeringen de reële bbp-groei naar beneden haalden. Het monetaire beleid zal de economie echter sterk doen afkoelen in 2023, terwijl ook de vastgoedsector wordt getroffen. Wij hebben onze groeiprognose voor het reële bbp in 2022 met 0,1 procentpunt verhoogd tot 1,8% en voor 2023 met 0,1 procentpunt verlaagd tot 0,5%.
  • De Chinese economie is in het derde kwartaal van 2022 met 3,9% gegroeid tegenover dezelfde periode in 2021. De problemen in de vastgoedsector en het nultolerantiebeleid van de regering ten aanzien van coronabesmettingen zullen blijven wegen op de groei van de Chinese economie. Het consumentenvertrouwen blijft zwak, terwijl de indicatoren voor het bedrijfssentiment wijzen op een krimp in zowel de verwerkende industrie als de dienstensector. Zorgwekkend is dat het partijcongres de politieke machtsevenwichten dreigt uit te hollen, waardoor het risico van toekomstige beleidsfouten toeneemt. Wij hebben onze groeiprognose voor het reële bbp in 2022 lichtjes opgetrokken tot 3,2% en voor 2023 verlaagd tot 4,5%.

Internationale omgeving

Wereldeconomie stevent af op strenge winter

De economische groeicijfers voor het derde kwartaal van 2022 verrasten in de belangrijkste economieën positief. In de eurozone groeide de economie nog met 0,2% tegenover het voorgaande kwartaal, ondanks de torenhoge gasprijzen. In de VS leidden een veerkrachtige arbeidsmarkt en een hoge netto-uitvoer tot een kwartaalgroei van 2,6% op jaarbasis. Ondertussen verstevigde de groei van de Chinese economie van 0,4% in het tweede kwartaal van 2022 (tegenover dezelfde periode in 2021) tot 3,9% in het derde kwartaal van 2022. Wij verwachten geen herhaling van deze meevallers. In de eurozone zullen de hoge gasprijzen, in combinatie met de hoge inflatie en de verstrakking van het beleid van de ECB, de economische groei in 2023 quasi tot stilstand brengen. In de VS is een strenge Fed volledig gericht op het terugdringen van de inflatie. Ze negeert daarbij de waarschijnlijke kosten voor de groei. Wij verwachten dat beide economieën in de komende kwartalen in een milde technische recessie terechtkomen. In China zullen het nultolerantiebeleid ten aanzien van coronabesmettingen en de problemen in de vastgoedsector de economische groei onder het potentieel houden. Bovendien zijn de risico's voor de groei duidelijk neerwaarts gericht en kunnen diepe(re) recessies niet worden uitgesloten.

Europese gasprijzen dalen in oktober

Ongewoon zachte weersomstandigheden hebben de spanningen op de Europese gasmarkten verminderd. Nog steeds hoge temperaturen verminderden de behoefte aan gasverbruik, terwijl winderige en zonnige omstandigheden de productie van hernieuwbare energie opdreven. In combinatie met de aanhoudende aanvoer van LNG over zee zorgden deze weersomstandigheden ervoor dat de gasprijzen in oktober met 37% daalden tot 123 euro per MWh. Tegenover de piekprijs in augustus is dat zelfs een daling met 65%. Hoewel uit de termijnprijzen blijkt dat de prijzen waarschijnlijk lichtjes zullen stijgen naarmate de koudere wintermaanden aanbreken (zie figuur 1), wijst de snelle toename van de Europese voorraadniveaus (94% vol eind oktober) erop dat het risico van een brede gasrantsoenering tijdens de komende wintermaanden sterk is verminderd. Ondanks de recente daling van de gasprijs blijven de gasprijzen echter drie keer zo hoog als een jaar geleden en tien keer zo hoog als vóór de pandemie.

Terwijl de gasprijzen sterk daalden, steeg de prijs van Brentolie in oktober met 4,8% tot 93 USD per vat, als gevolg van het besluit van OPEC+ om de productie met 2 miljoen vaten per dag te verminderen. De aankondiging van president Biden om nog eens 15 miljoen vaten uit de Amerikaanse strategische oliereserves vrij te geven, zette de olieprijzen onder neerwaartse druk. Ook geruchten over een mogelijke overeenkomst tussen de VS en Venezuela droegen daartoe bij. Een akkoord met Venezuela over een verlichting van de sancties zou het olieaanbod met 500.000 vaten per dag kunnen doen toenemen.

Hoewel de hoge energieprijzen de groei van de wereldeconomie bemoeilijken, kunnen ze helpen om de energietransitie te versnellen. Zoals het Internationaal Energieagentschap (IEA) in zijn jaarlijkse World Energy Outlook vermeldt, heeft de stijging van de olieprijs met 38%, zoals die in de eerste zes maanden van 2022, vergelijkbare effecten op het olieverbruik met die van een koolstofheffing van 70 USD per ton CO2; de stijging van de aardgasprijs in Europa komt overeen met een prijs van 350 USD per ton CO2. Bijgevolg verwacht het IEA nu dat de vraag naar aardgas tegen het einde van het decennium een plateau zal bereiken en dat de vraag naar olie halverwege de jaren 2030 zal afvlakken. Het IEA verwacht ook dat het gebruik van steenkool al halverwege dit decennium zal afnemen. Ondertussen zal het aanbod van hernieuwbare energie naar verwachting met gemiddeld 3,8% per jaar toenemen tot 2050 (tegenover 3,5% in het verslag van vorig jaar). Verwacht wordt dat hernieuwbare energie tegen 2050 29% van de totale energievoorziening zal dekken.

Inflatie in eurozone naar nieuwe piek

In oktober is de inflatie in de eurozone gestegen van 9,9% in september tot 10,7%. Zowel de jaarstijging van de energie- en voedingsprijzen, als de kerninflatie liepen verder op. Als de recente ‘ontspanning’ van de gasprijs op de futuresmarkten (zie hoger) blijft duren, zal de opwaartse druk van de gasprijs op de consumptieprijzen geleidelijk beginnen afnemen en in de loop van 2023, vermoedelijk pas in de laatste maanden, omkeren. De piek van de inflatie wordt dus stilaan bereikt, maar de timing en dynamiek van de verwachte inflatieafkoeling zal ook worden bepaald door de verdere doorrekening van het structureel hogere energiekostenpeil van de bedrijven in de afzetprijzen en door de talrijke overheidsmaatregelen om de energieprijsstijging voor de consument af te zwakken en/of te spreiden in de tijd. Wij verwachten geen ongecontroleerde loon-prijsspiraal, hoewel het risico van een hogere loonstijging zeer reëel is omdat werknemers en vakbonden bij nieuwe loononderhandelingen de inflatie uit het verleden zullen willen incorporeren. Gezien het hoger dan verwachte inflatiecijfer in oktober hebben we onze verwachting voor het gemiddelde inflatiecijfer opgetrokken van 8,2% tot 8,5% voor 2022 en van 5,3% tot 6,1% voor 2023. Dat laatste cijfer impliceert dus wel dat de maandelijkse inflatiecijfers in de loop van 2023 sterk zullen dalen, voornamelijk door het uitdoven van de extra inflatie-impuls van de energieprijzen. De onzekerheid rond de voorspellingen blijft evenwel uitzonderlijk groot.

Kerninflatie VS blijft hoog

In de VS vertraagde de inflatie in oktober tot 7,7% op jaarbasis, de vierde daling op rij en een daling ten opzichte van de 8,2% van de vorige maand. De energieprijsinflatie daalde tot 17,6% jaar-op-jaar, tegen 19,9% jaar-op-jaar vorige maand. Ook de voedselprijsinflatie vertraagde van 10,8% jaar-op-jaar tot 10,6% jaar-op-jaar omdat de druk op de wereldwijde voedselprijzen afneemt.

Ook de kerninflatie daalde opvallend tot 6,3%, tegen 6,6% vorige maand. De goedereninflatie was de belangrijkste oorzaak van deze vertraging, met een daling van 0,4% maand-op-maand. Binnen de goederensector daalden de prijzen van gebruikte auto's en vrachtwagens voor de vierde maand op rij, dit keer met 2,4% maand-op-maand, een nieuw signaal dat de verstoringen in de toeleveringsketen snel afnemen. Bovendien daalden, volgens de Manheim-prijsindex van gebruikte voertuigen, de prijzen van tweedehandsauto's in november opnieuw.

De diensteninflatie bedroeg 0,5% maand-op-maand, tegen 0,8% maand-op-maand vorige maand. Een daling van de prijzen van medische diensten met 0,6% maand-op-maand was de drijvende kracht achter deze daling en zal zich de komende maanden waarschijnlijk niet herhalen. Andere componenten van de diensteninflatie bleven stijgen. De huurprijzen liepen verder op tot 0,8% maand-op-maand, 0,1 procentpunt hoger dan vorige maand. De huurprijsinflatie zal waarschijnlijk in de komende maanden hoog blijven. Het duurt immers ongeveer 4 maanden voordat de huurprijzen de CPI-cijfers voor huisvesting beïnvloeden. Aangezien de huurprijzen veel hoger zijn dan de CPI-component voor huisvesting (zie figuur 2), zullen de CPI-cijfers de komende maanden nog enigszins onder druk staan. Andere componenten van de diensteninflatie werden vooral opgestuwd door stijgende lonen. De lonen stegen met 0,4% maand-op-maand en 4,7% jaar-op-jaar. Aangezien er nog steeds bijna twee keer zoveel vacatures als werklozen zijn, zal de loondruk de komende maanden waarschijnlijk hoog blijven.

Aangezien de (lagere) inflatiecijfers van oktober overeenkwamen met onze verwachtingen en wij een aanhoudende opwaartse druk op de inflatiecijfers zien (via hogere lonen en huurprijzen), hebben wij onze inflatieprognose voor 2022 met 0,1 procentpunt verhoogd tot 8,1% en onze prognose voor 2023 aanzienlijk verhoogd van 3,1% tot 4%.

ECB, Fed en BoE verhogen beleidsrente met 75 basispunten

De ECB heeft haar belangrijkste beleidstarieven voor de tweede achtereenvolgende keer met de verwachte 75 basispunten verhoogd. De depositorente van de ECB bedraagt nu 1,5%. De toelichting bij de beslissing was iets milder dan voorheen. Ze vermeldde dat verdere renteverhogingen noodzakelijk zijn, maar liet onvermeld dat dit "tijdens de komende vergaderingen" zal gebeuren. Er werd ook aan toegevoegd dat de Raad van Bestuur ondertussen "aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij het intrekken van de monetaire beleidsaccommodatie". Toekomstige beleidsbeslissingen zullen worden gebaseerd op de veranderende vooruitzichten voor de inflatie en de economie. De ECB "heeft nog meer terrein te bestrijken", maar voorzitter Lagarde onthield zich van aanwijzingen over de omvang ervan. Zij verwees slechts naar drie belangrijke elementen waarmee de ECB rekening houdt bij het vaststellen van de tarieven: de inflatievooruitzichten, de reeds doorgevoerde verkrapping en de vertraging waarmee de inflatie reageert op het monetaire beleid. Over de inkrimping van de balans zei Lagarde dat er bewust niet over is gesproken. Dat is een zaak voor december, wanneer de ECB de belangrijkste beginselen van de kwantitatieve verkrapping zal uiteenzetten.

Verschillende ECB-bestuursleden veranderden de dagen na de als mild geïnterpreteerde renteverhoging van 75 basispunten van toon en verduidelijkten hun standpunt. Sommigen van hen hintten zelfs op een nieuwe gelijkaardige verhoging in december. De verkrappingscyclus is in ieder geval nog niet ten einde, met het risico dat de piek van de rente hoger zal zijn dan eerder werd aangenomen en dat de beleidsrente langer op dit hogere piekniveau zal moeten blijven. Onze geactualiseerde piek voor de rente bedraagt 3,5%. Dat niveau zal midden volgend jaar worden bereikt (zie figuur 3).  

De Fed verhoogde de rente met de verwachte 75 basispunten tot 3,75-4%. Dat brengt de beleidsrente verder op restrictief terrein, wat betekent dat ze de economie actief afremt en op termijn de inflatie zou moeten intomen. Verdere verhogingen zijn aangekondigd, zij het dat die mogelijk (en waarschijnlijk) in een lager tempo (50 basispunten) zullen plaatsvinden. Fed-voorzitter Powell zei dat de binnenkomende gegevens sinds de laatste vergadering suggereren dat de piek van de rente hoger zal zijn dan de 4,5-4,75% die in de septemberverwachtingen van de Fed-gouverneurs is vastgelegd en dat een pauze verwachten in de rentecyclus zeer voorbarig is. Wij gaan er nu van uit dat de piek in de beleidsrente ruim boven de 5% zal liggen (5,25-5,5%).

De Bank of England heeft met 7 stemmen tegen 2 besloten om de rente met 75 basispunten te verhogen tot 3%. De twee afwijkende stemmen stemden voor een verhoging met 50 basispunten of 25 basispunten. De nieuwe prognoses houden nog geen rekening met de formele begrotingsverklaring voor de middellange termijn (die voor 17 november is gepland), maar wel met alle regeringsaankondigingen tot en met 17 oktober, onder meer de verkorting tot zes maanden van de Energieprijsgarantie (EPG). In ongebruikelijk expliciete bewoordingen staat in de beleidsverklaring dat verdere verhogingen van de beleidsrente nodig kunnen zijn voor een duurzame terugkeer van de inflatie naar het streefcijfer, zij het naar een piek die lager ligt dan op de financiële markten is ingeprijsd. Gouverneur Bailey herhaalde dat later tijdens de persconferentie en verwees zelfs naar de "huidige" in de markt ingesprijsde 4,75%.

Verrassend veerkrachtige eurozone economie…

In de eurozone verrasten de cijfers van de eerste, voorlopige raming van de groei van het reële bbp in het derde kwartaal in positieve zin. De verwachte kleine krimp bleef immers achterwege. Er werd integendeel een bescheiden groei van 0,2% tegenover het vorige kwartaal opgetekend. Van de grote eurolanden liet – opnieuw verrassend – Italië de sterkste groei optekenen (0,5%). Ook de Duitse economie presteerde met een groei van 0,3% veel beter dan verwacht. In Frankrijk en Spanje lag de groei op het gemiddelde van de eurozone. De schaars beschikbare detailinformatie over de samenstelling van de groei wijst erop dat vooral de binnenlandse consumptie de groei bleef dragen. Met een dominante groeibijdrage van de investeringen vertoont de Franse economie in dat opzicht een enigszins ander groeiprofiel. Gelet op de negatieve groeibijdrage van de netto-uitvoer in de belangrijkste landen heeft de uitvoer het allicht veel lastiger gehad dan de binnenlandse vraag.

Het globale beeld suggereert dat de energieprijshausse het economisch herstel uit de coronacrisis toch niet volledig tot stilstand heeft gebracht. Maar in vergelijking met de sterke groeicijfers in de eerste jaarhelft (0,6% in het eerste kwartaal en 0,8% in het tweede kwartaal, telkens tegenover het voorgaande kwartaal) tekende er zich wel een forse groeivertraging af. De sentimentsindicatoren blijven ondertussen op een verdere versombering wijzen. In de afgelopen maand verzwakte vooral in de dienstensectoren het ondernemersvertrouwen. Dat doet vermoeden dat het coronaherstel naar adem begint te happen. Al wettigt het lichte vertrouwensherstel dat in de enquête van de Europese Commissie bij de kleinhandelaars werd opgetekend, toch geen al te groot pessimisme. Het vertrouwen schommelt er volgens deze indicator sinds de zomermaanden rond zijn langjarig gemiddelde. Er is met andere woorden geen uitbundig optimisme, maar evenmin zwaar pessimisme.

… hapt naar adem…

De verdere ontwikkeling van de binnenlandse consumptievraag zal vooral afhangen van het consumentengedrag. Enerzijds is de zeer schuchtere verbetering van het consumentenvertrouwen in oktober niet van aard om hiervan een forse groeisteun te verwachten. Het consumentenvertrouwen bevindt zich nog altijd op een historisch uitzonderlijk laag niveau. De consument is duidelijk geschokt door de aantasting van zijn koopkracht als gevolg van de energieprijshausse. Grote aankopen zal hij luidens de enquêtes nog een tijdje uitstellen. Anderzijds kunnen voor de andere uitgaven de talrijke overheidsmaatregelen om de koopkracht te stutten enig soelaas bieden. Ook de uitzonderlijke spaarbuffers die tijdens de coronacrisis door (een groot deel van) de consumenten zijn opgebouwd, zijn in de meeste eurolanden nog niet volledig opgebruikt.

Of de consument die effectief verder zal willen spenderen, zal allicht sterk van zijn (gepercipieerde) jobzekerheid afhangen. In dat verband is het bemoedigend dat de arbeidsmarkt vooralsnog weinig tekenen van verzwakking vertoont. Vooral in de industrie en de bouw houden de werkgelegenheidsvooruitzichten bovendien relatief goed stand. Maar in de dienstensectoren en de kleinhandel versomberen ze, terwijl volgens de enquêtes naar het consumentenvertrouwen toch ook meer en meer consumenten zich over hun jobperspectieven zorgen beginnen maken.

… maar is niet in vrije val

In de industrie is het ondernemersvertrouwen globaal verder verzwakt. Het wijst er op recessie. Maar het blijft opvallend dat de toekomstverwachtingen veel sterker verslechteren dan de inschatting van de huidige toestand. Vooral over hun concurrentiekracht op zowel de binnenlandse als de buitenlandse afzetmarkten maken de industriële ondernemers in de eurozone zich zorgen. De gasprijshausse en de daaraan gerelateerde bevoorradingsonzekerheid zijn inderdaad vooral een Europees (en in zekere mate Aziatisch) probleem, dat de concurrentiekracht van de Europese industrie aantast. De bezorgdheid over de nieuwe bestellingen is dan ook groot. De beoordeling van het bestaande orderboek verslechtert daarentegen minder sterk, terwijl de inschatting van de gegarandeerde toekomstige productietijd (op basis van het bestaande orderboek) zich zelfs op een historisch hoog peil bevindt. Deze inschatting wordt mooi geïllustreerd door de harde cijfers over de ontwikkeling van de bestellingen in de Duitse industrie. De nieuwe bestellingen vertonen een dalende trend, maar de voorraad aan bestellingen in portefeuille staat op het hoogste peil sinds 2015 (figuur 4). De knelpunten in de aanvoerketens, die de industriële productie in de voorbije jaren parten hebben gespeeld, spelen daarin allicht een rol. Zij geraken weliswaar opgelost, doch traag en geleidelijk, waardoor de afwerking van bestaande bestellingen nog geruime tijd in beslag zal nemen.

Naar de toekomst toe wordt de eurozone dus gekenmerkt door een economie die voor zeer moeilijke wintermaanden staat, maar niet in vrije val is, terwijl de onzekerheid over wat er na de winter komt bijzonder groot blijft. Wij handhaven ons scenario van een milde recessie tijdens de wintermaanden met licht negatieve kwartaal-op-kwartaal groeicijfers voor het reële bbp in vierde kwartaal van 2022 (-0,4%) en het eerste kwartaal van 2023 (-0,1%), met een moeizaam, zwak herstel nadien. Onze verwachtingen voor de verwachte groeidynamiek in de komende kwartalen hebben we in vergelijking met vorige maand onveranderd gelaten. Als gevolg van de sterker dan verwachte groei in het derde kwartaal van 2022 is het verwachte gemiddelde groeicijfer voor het reële bbp in 2022 en 2023 met 0,2 procentpunt verhoogd tot 3,1% en 0,2% respectievelijk. Dit vooruitzicht blijft omgeven door zeer grote neerwaartse risico’s.

Stevige groeicijfers in de VS

De Amerikaanse economie boekte in het derde kwartaal een solide groei van 2,6% op jaarbasis. Dit was vooral te danken aan de hoge netto-export (grotendeels dankzij de LNG-export) en de consumentenbestedingen, die respectievelijk 2,77 en 0,97 procentpunt aan de groei bijdroegen. Ook de overheidsuitgaven en de niet-residentiële investeringen droegen met respectievelijk 0,42 en 0,49 procentpunt positief bij aan de groeicijfers. De voorraden drukten de groeicijfers met 0,70 procentpunt, omdat bedrijven hun overtollige voorraden van de hand deden. De grootste rem op de groei waren echter de investeringen in woningen (-1,37 procentpunt groeibijdrage). Deze daalden voor het derde kwartaal op rij, als gevolg van het veel strengere monetaire beleid.

Hoewel de cijfers voor het derde kwartaal sterk waren, zal het beeld voor de komende kwartalen waarschijnlijk minder rooskleurig zijn omdat een strak monetair beleid en een sterke Amerikaanse dollar de groei ernstig zullen verzwakken. De indicatoren voor het consumentenvertrouwen zijn vrij zwak en wijzen op een tragere groei van de consumentenbestedingen in de komende kwartalen. De Conference Board Consumer Confidence Index daalde vijf punten en bereikte een dieptepunt sinds februari 2021. De Michigan Consumer Sentiment Indicator veerde lichtjes op van zijn laagterecord van juni. Alle vertrouwensindicatoren voor producenten daalden in oktober, zowel voor de dienstensector als voor de verwerkende industrie. Ze schommelen rond 50, wat wijst op een contractie. De woningbouwinvesteringen zullen de komende kwartalen waarschijnlijk negatief blijven bijdragen aan de bbp-cijfers, omdat zij zeer gevoelig zijn voor het monetaire beleid. De sentimentsindex van de National Association of Homebuilders Builders, een vooroplopende indicator voor woninginvesteringen, is al tien maanden op rij gedaald tot 38 en staat nu op een niveau dat niet meer is gezien sinds mei 2020 (zie figuur 5). Het belangrijkste positieve teken is de arbeidsmarkt die in oktober een solide 261.000 banen creëerde, terwijl de werkloosheidsgraad licht steeg tot 3,7%. In totaal verwachten wij nu een bbp-groei van 1,8% in 2022, voordat het monetaire beleid de groei afremt tot 0,5% in 2023.

Vastgoedproblemen en nultolerantiebeleid werpen een schaduw op het Nationaal Congres van de CCP

De Chinese economie blijft gebukt gaan onder onzekerheid en toenemende risico's. Een onverklaarbare vertraging in de bekendmaking van de bbp-gegevens voor het derde kwartaal, naast diverse andere economische indicatoren, leidde tot bezorgdheid over de kracht van het herstel in het derde kwartaal. Uit de uiteindelijke bekendmaking van de gegevens blijkt dat de economie inderdaad is opgeveerd, met een groei van 3,9% op kwartaalbasis (gelijk aan 3,9% op jaarbasis). Hoewel het derde kwartaalcijfer iets sterker was dan verwacht, nemen deze data de bezorgdheid over de toekomstige koers van de Chinese economie niet weg.

De problemen in de vastgoedsector en de schaduw van het nultolerantiebeleid ten aanzien van coronabesmettingen zijn de belangrijkste factoren die op korte termijn op de groei wegen. Zoals verwacht kondigde het Nationaal Congres van de CCP in oktober geen spoedige wijziging van dit beleid aan, ondanks het feit dat het Chinese bbp hierdoor ver onder de doelstelling (en het potentieel) blijft. Geruchten dat de basis wordt gelegd voor een eventuele versoepeling van het beleid blijven voorlopig slechts geruchten, maar wij verwachten wel een uiteindelijke versoepeling van het beleid in 2023, waarschijnlijk na de winter en mogelijk na de 'twee zittingen' die gewoonlijk in maart worden gehouden.

De uitkomst van het partijcongres is ook zorgwekkend, aangezien Xi Jinping niet alleen een derde termijn als president heeft gekregen, maar ook zijn macht heeft verstevigd door loyalistische benoemingen te maken op sleutelposten binnen de partij en door de grondwet te herzien. Dit resultaat draagt bij tot de uitholling van de resterende controlemechanismen binnen de regering. Het risico van toekomstige beleidsfouten neemt toe op een moment dat beleidsbeslissingen een aanzienlijke impact zullen hebben op China's macro-economische vooruitzichten op middellange termijn. Bovendien werd vanuit beleidsoogpunt opnieuw gekozen voor de gemeenschappelijke welvaartsagenda, waarbij herverdeling en het terugdringen van regelgeving de voorkeur krijgen boven nominale bbp-groei.

Daarom handhaven wij onze voorzichtige visie op de Chinese groei in de komende kwartalen, ondanks de iets beter dan verwachte cijfers voor het derde kwartaal. Het consumentenvertrouwen blijft abominabel zwak en de indicatoren voor het bedrijfssentiment vertonen een scherpe neerwaartse trend, waarbij de PMI's wijzen op een krimp in zowel de verwerkende industrie als de dienstensector in oktober (figuur 6). Bijgevolg zijn de versnelling van de industriële productie (0,84% op maandbasis) en de detailhandel (0,43% op maandbasis) in september weliswaar belangrijke redenen voor het sterker dan verwachte bbp-cijfer in het derde kwartaal, maar nog niet voldoende om een sterkere trend in het onderliggende momentum vast te stellen. Terwijl wij de gemiddelde bbp-groei op jaarbasis in 2022 licht hebben verhoogd tot 3,2%, hebben wij de gemiddelde groei op jaarbasis in 2023 verlaagd tot 4,5%.

Economische update landen en regio's

België

Centraal- en Oost-Europa

Ierland

Meest recente voorspellingen

   

Reële bbp-groei (periodegemiddelde, jaarcijfers gebaseerd op kwartaalcijfers, in %)

Inflatie 

(periodegemiddelde, in %)

      2022 2023 2024 2022 2023 2024
Eurozone Eurozone   3,3 0,4 1,5 8,4 5,4 3,0
Duitsland   1,8 -0,1 1,4 8,6 6,3 3,7
Frankrijk   2,5 0,3 1,4 5,9 5,1 2,1
Italië   3,8 0,4 1,3 8,7 6,4 2,2
Spanje   4,7 1,5 2,4 8,3 4,0 3,2
Nederland   4,2 0,5 1,4 11,6 4,0 3,6
België   3,1 0,2 1,3 10,3 5,2 2,9
Ierland   12,1 5,1 4,9 8,1 5,3 2,5
Slowakije   1,5 0,6 2,8 12,2 10,0 9,2
Centraal- en
Oost-Europa
Tsjechië   2,5 0,3 2,8 14,0 7,6 3,0
Hongarije   4,9 0,3 3,6 14,6 17,5 4,5
Bulgarije   3,5 0,7 3,5 13,0 10,5 3,5
Polen   4,8 2,4 4,2 13,2 10,8 3,5
Roemenië   5,6 4,0 3,5 4,1 12,0 9,0
Rest van Europe Verenigd Koninkrijk   4,2 -1,0 0,6 9,0 7,2 3,1
Zweden   2,8 -0,6 1,5 8,0 6,3 2,0
Noorwegen   3,5 1,1 1,6 5,8 4,6 2,1
Zwitserland   2,0 0,5 1,7 2,8 2,2 1,2
Opkomende economieën China   3,0 4,4 5,1 2,0 1,8 1,9
India*   7,7 5,1 4,8 6,5 4,5 4,2
Zuid-Afrika   2,5 1,5 1,6 6,8 5,3 4,9
Rusland   Tijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
Turkije   5,0 3,0 3,0 72,3 40,5 25,0
Brazilië   3,1 0,9 1,7 9,0 4,5 4,1
Andere ontwikkelde economieën Verenigde Staten   2,1 0,9 1,1 8,0 3,5 2,0
Japan    1,2 1,2 1,1 2,4 1,9 1,2
Australië   4,0 2,0 2,0 6,4 4,5 2,7
Nieuw-Zeeland   2,2 1,8 1,6 6,5 3,5 2,4
Canada   3,5 0,4 1,6 6,8 3,7 2,2
* fiscaal jaar van april tot maart           13/1/2023

Beleidsrentes (einde periode, in %)

    13/1/2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4 2023
Eurozone Eurozone (refi-rente) 2,50 3,50 4,00 4,00 4,00
Eurozone (depo-rente) 2,00 3,00 3,50 3,50 3,50
Centraal- en
Oost-Europa
Tsjechië 7,00 7,00 7,00 7,00 6,00
Hongarije (BUBOR 3M) 16,04 15,30 13,50 11,50 8,50
Bulgarije -        
Polen 6,75 6,75 6,75 6,75 6,75
Roemenië 7,00 7,00 7,00 7,25 7,25
Rest van Europe Verenigd Koninkrijk 3,50 4,25 4,50 4,50 4,50
Zweden 2,50 3,00 3,00 3,00 3,00
Noorwegen 2,75 3,25 3,25 3,25 3,25
Zwitserland 1,00 1,25 1,25 1,25 1,25
Opkomende
economieën
China (MLF vanaf 20/08/’19) 2,75 2,75 2,65 2,65 2,65
India 6,25 6,75 6,75 6,75 6,75
Zuid-Afrika 7,00 7,50 7,50 7,50 7,50
Rusland Tijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
Turkije 9,00 9,00 9,00 30,00 30,00
Brazilië 13,75 13,50 13,25 13,00 12,50
Andere ontwikkelde economieën Verenigde Staten (midden doelbereik) 4,38 5,13 5,38 5,38 5,38
Japan  -0,10 -0,10 -0,10 -0,10 -0,10
Australië 3,10 3,50 3,50 3,50 3,50
Nieuw-Zeeland 4,25 4,75 5,25 5,25 5,25
Canada 4,25 4,50 4,50 4,50 4,50

Rente op 10-jaarse overheidsobligaties (einde periode, in %)

    13/1/2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4 2023
Eurozone Duitsland 2,16 3,10 3,25 3,25 3,25
Frankrijk 2,63 3,75 3,90 3,95 4,00
Italië 4,00 5,60 6,00 6,25 6,50
Spanje 3,18 4,25 4,40 4,45 4,45
Nederland 2,47 3,50 3,65 3,70 3,70
België 2,71 3,75 3,90 3,95 4,00
Ierland 2,59 3,80 4,00 4,05 4,10
Slowakije 3,16 4,42 4,60 4,62 4,65
Centraal- en
Oost-Europa
Tsjechië 4,35 4,56 4,40 4,59 4,53
Hongarije 7,30 8,10 7,50 7,00 6,50
Bulgarije 5,80 5,20 5,35 5,35 5,35
Polen 6,02 6,50 6,40 5,90 5,20
Roemenië 7,57 9,00 9,10 9,20 9,30
Rest van Europe Verenigd Koninkrijk 3,37 4,30 4,45 4,45 4,45
Zweden 1,91 2,90 3,05 3,05 3,05
Noorwegen 2,93 4,00 4,15 4,15 4,15
Zwitserland 1,13 2,15 2,30 2,30 2,30
Opkomende
economieën
China 2,93 4,00 4,25 4,25 4,25
India 7,30 8,35 8,60 8,60 8,60
Zuid-Afrika 9,76 10,80 11,05 11,05 11,05
Rusland 10,39 Tijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
Turkije 10,15 10,00 12,00 20,00 18,00
Brazilië 12,44 13,50 13,75 13,75 13,75
Andere ontwikkelde
economieën
Verenigde Staten 3,47 4,50 4,75 4,75 4,75
Japan  0,52 0,50 0,75 0,75 0,75
Australië 3,59 4,55 4,80 4,80 4,80
Nieuw-Zeeland 4,08 5,10 5,35 5,35 5,35
Canada 2,89 4,00 4,25 4,25 4,25

Wisselkoersen (einde periode)

  13/1/2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4 2023
USD per EUR 1,08 1,03 1,03 1,05 1,07
CZK per EUR 23,99 24,10 24,10 24,50 24,50
HUF per EUR 395,88 410,00 380,00 385,00 390,00
PLN per EUR 4,69 4,73 4,70 4,65 4,63
BGN per EUR 1,96 1,96 1,96 1,96 1,96
RON per EUR 4,94 4,95 4,95 4,95 4,95
GBP per EUR 0,89 0,90 0,91 0,92 0,94
SEK per EUR 11,26 11,40 11,40 11,00 10,75
NOK per EUR 10,68 10,85 10,85 10,50 10,00
CHF per EUR 1,00 1,02 1,03 1,03 1,03
BRL per USD 5,09 5,25 5,25 5,15 5,15
INR per USD 81,26 81,50 81,50 81,20 81,00
ZAR per USD 16,82 17,70 17,70 17,50 17,25
RUB per USD 69,27 Tijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
TRY per USD 18,79 20,00 22,00 20,00 18,00
RMB per USD 6,70 7,10 7,10 7,00 7,00
JPY per USD 127,72 135,00 133,00 130,00 125,00
USD per AUD 0,70 0,67 0,66 0,68 0,70
USD per NZD 0,64 0,62 0,62 0,64 0,66
CAD per USD 1,34 1,36 1,36 1,33 1,30

Meer voorspellingen kan je hier vinden.

Disclaimer:

Deze publicatie werd gerealiseerd door de economen van de KBC-groep. Alle meningen in deze publicatie vertegenwoordigen de persoonlijke mening van de auteur(s) op de daarin vermelde datum en zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving.
KBC Groep NV geeft geen garanties voor de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch voor de mate waarin zij zich ook effectief zullen realiseren. Alle prognoses zijn indicatief. Duurzaamheid maakt deel uit van de algemene bedrijfsstrategie van KBC Groep NV (zie https://www.kbc.com/nl/duurzaam-ondernemen.html). We houden rekening met deze strategie bij de keuze van de onderwerpen voor onze publicaties, maar een grondige analyse van de economische en financiële ontwikkelingen vereist het bespreken van een bredere waaier aan onderwerpen. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief . De informatie kan niet beschouwd worden als een aanbod tot verkoop of aankoop van financiële instrumenten. Zij kan evenmin beschouwd worden als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling of “onderzoek op beleggingsgebied “ in de zin van de wet – en regelgeving over de markten voor financiële instrumenten. Behoudens de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Groep NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van de informatie, publicatie en gegevens verboden en dit ongeacht de vorm of de middelen. KBC Groep NV kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of volledigheid van de informatie of voor de directe of indirecte schade die zou voortvloeien uit het gebruik van dit document. 

Alle historische koersen/prijzen, statistieken en grafieken zijn up-to-date, tot en met 7 november 2022, tenzij anders vermeld. De verstrekte posities en prognoses zijn die van  7 november 2022.

Gerelateerde artikels

Een week om naar uit te kijken…

Een week om naar uit te kijken…

MNB weerstaat aan de verleiding

MNB weerstaat aan de verleiding

Voorlopig laatste renteverhoging door BoC

Voorlopig laatste renteverhoging door BoC

Van verhoopte winst naar zeker verlies

Van verhoopte winst naar zeker verlies